uittreksel boek
Herinneringen aan Overmorgen door Maarten Bonnie


 

Proloog

‘Pap, wat gebeurt er met de doden? ’Ik vroeg het aan een deel van een lijf met twee benen. Want meer zag ik niet van hem. Ik bukte en keek onder de auto om zijn gezicht te kunnen zien. 

‘Die gaan naar God,’ antwoordde hij, terwijl hij mij aankeek van onder onze auto vandaan. Het was best wel een koddig gezicht hem daar zo op zijn rug te zien liggen, zijn hoofd een beetje schuin om vanonder die glimmende achterkant van de auto te kunnen kijken. Op zijn gezicht zaten enkele diepzwarte vegen. Net deze zwarte vegen maakten het beeld zo koddig. Het spul op zijn gezicht leek op zwarte schoensmeer. En schoensmeer kende ik. Pap wist veel. Hij wist bijna alles omdat hij welhaast overal een antwoord op had. Daarom dat ik hem die vraag stelde.

‘Dat bedoel ik niet. Wat gebeurt er met dode mensen? Als ze dood zijn gegaan, bedoel ik.’‘Wat zijn dat voor soort vragen.?,’ blijkbaar dacht hij nu even na, want hij keek heel gewichtig. ‘Maar goed, als je dat interesseert,’ sprak hij en kwam onder de auto vandaan. Pap zag blijkbaar in dat hij meer aandacht aan mijn vragen moest schenken.‘Dode mensen worden begraven of gecremeerd,’ antwoordde hij nadat hij moeizaam onder de auto vandaan was gekomen.‘Wat is dat, gekreemeert?’

Hij ging rechtop zitten. Hij leunde gemakkelijk tegen die blinkende en glimmende achterste rand van onze auto. Hij steunde op zijn linkerbil en graaide in zijn broekzak. Zomaar met zijn vuile hand. Op zijn handen zat ook dat rare soort schoensmeer. Ma zou boos worden, wist ik, want zijn broek werd nu natuurlijk ook vuil. Blijkbaar interesseerde hem dat niet. Hij haalde zijn sigaretten te voorschijn. Rechts, want zijn sigaretten zaten altijd in zijn rechterbroekzak. Een blauwwit gekleurd pakje Roxy sigaretten kwam te voorschijn. Op het pakje stond een steigerend wit paard. Dat een paard zoiets kon, op twee benen staan. Bijna even rechtop als een mens. Hij draaide op zijn andere bil en graaide nu met zijn andere vuile hand in de andere broekzak. Zijn aansteker zat links, samen met zijn rozenkrans en een zakdoek die hij ook altijd bij zich droeg. Dat wist ik allemaal al van hem. 

Hij tikte een sigaret uit het pakje en begon het overbekende magische ritueel. Hij klopte met één kant van de sigaret enkele keren op iets hards. Alsof hij die bruine korreltjes daarin moest aanstampen. Nu was dat harde de auto. Meestal was het echter de tafel en soms, echt heel soms de onderkant van zijn linkerschoen. Toen stak hij het puntje van die sigaret aan door aan de aangeklopte kant te zuigen terwijl hij bij de andere kant het vlammetje van zijn aansteker hield. Het topje van het vlammetje precies onder het puntje. Dat moest blijkbaar zo, want dat hoorde bij het ritueel, wist ik. Ik keek gefascineerd toe. 

Het overbekende vertrouwenwekkende en vertrouwde ritueel. Als hij met deze plechtigheid bezig was, kon je aan de manier waarop hij dat deed zien hoe zijn humeur was. Nu was hij in een goed humeur, constateerde ik. En dus durfde ik verder te vragen. Blijkbaar was zijn humeur zelfs zo goed dat hij zichzelf een pauze gunde. En zo had hij meteen ook even tijd voor mij. Typisch pap.‘Gecreemeert. Zo spreek je dat woord uit en het betekent het verbranden van de dode lichamen van gstorven mensen. 
Dat verbranden gebeurt in een speciaal daarvoor gebouwde soort grote oven. En zo’n oven voor dode mensen noemen we een crematorium. In Weert is er één. Die is het dichtst bij.’ Ook weer typisch pap. Een hoop dingen vertellen zonder werkelijk op de vraag in te gaan. Maar pap begreep mijn vraag niet helemaal. Of helemaal niet, dus vroeg ik verder.

‘Ja, maar wat gebeurt er dan met alles wat die doden weten? Ik bedoel..,’ en ik dacht heel aandachtig na wat ik eigenlijk precies bedoelde. Gelukkig liet hij mij voor de afwisseling eens uitspreken. Hij keek mij op een geamuseerde manier aan. Ergens voelde ik dat hij trots was op het feit dat ik nadacht. En dat dit de reden was dat hij nu even zijn mond hield. Ik bedoel dat hij mij niet in de rede viel of voor mij de dingen alvast invulde. Zoals zo vaak gebeurde.‘Ik denk eh...,’ ging ik hakkelend van al die aandacht verder, ‘dat als oude mensen dood gaan, alles wat ze weten en geleerd hebben, weg gaat. Weg is. Dat is wat ik bedoel. Oude mensen weten heel veel en dan gaan ze allemaal dood. Dus alles dat ze weten en geleerd hebben verdwijnt. Zomaar. Ik bedoel eh... waar blijft dat dan? De meester heeft gisteren gezegd dat nooit iets verloren gaat. Hij noemde dat een overal geldende wet. Van de natuur of zoiets...’

‘Ik geloof dat jouw meester gelijk heeft. Maar hij bedoelde waarschijnlijk iets anders. In de natuur gaat ook nooit iets verloren. Afval is weer voedsel voor iets anders. Begrijp je? Van jouw poep zouden planten kunnen leven. Maar dat doen we niet met de poep van kleine jongetjes, maar wel bijvoor-beeld met de poep van paarden of koeien. Mest noemen we die poep. Maar wat jij bedoelt, al hetgeen de mensen die dood gaan ooit geleerd hebben. Tja...’ 

Pa krabde zich even op het hoofd en vervolgde snel: ‘En wat daarna gebeurt, weet ik ook niet. Daar heb ik nog nooit over nagedacht. En jij hoeft daar trouwens ook niet over na te denken, want dat zijn geen normale vragen voor kleine jongetjes. Ga maar achter in de tuin spelen, in plaats van je hoofdje over dit soort vragen te breken.’ Pa draaide zich om en ging weer verder met waar hij mee bezig was. De sigaret in de mondhoek bungelend, kroop hij weer half onder de auto. Dat was nu blijkbaar belangrijker voor hem dan het beantwoorden van mijn dringende vragen. ‘Ja maar, waarom is Jezus dan doodgemaakt?’ probeerde ik nog, maar pap antwoordde niet. Kennelijk had hij mij en mijn vragen alweer vergeten...

Dit was de allereerste keer - ergens eind jaren vijftig van de 20ste eeuw - dat ik ervoer dat grote mensen niet alle antwoorden weten. Zelfs antwoorden op de meest simpele vragen weten ze vaak niet eens. Simpele vragen die alleen kleine jongetjes weten te bedenken. Of kleine meisjes, natuurlijk. Sedertdien zijn er een groot aantal jaren voorbij gegaan. Vader is inmiddels al langere tijd overleden, mijn moeder nog veel langer geleden. En nog steeds zoek ik naar allerlei antwoorden maar, het wordt steeds duidelijker. Dus is er nog hoop... Het aantal vragen is niettemin gegroeid met mijn ouder worden. Omdat elk mogelijk antwoord heel vaak weer nieuwe vragen op-roept. Hele simpele vragen vaak.De meest simpele vraag luidt: Wie ben ik? Een andere simpele vraag luidt: Wat kom ik hier op deze aarde doen?

Het zal duidelijk zijn dat de antwoorden op deze simpele vragen niet zo simpel zijn als ze lijken. Doch langzaam maar zeker begint het bij mij een klein beetje te dagen. Niet dat ik zo aanmatigend ben dat ik denk dat ik nu alle vragen kan beantwoorden. Verre van dat zelfs. Het duidelijke, paradoxale en indringende besef dat ik nog steeds niets weet, groeit met elk verkregen antwoord. Maar één ding heb ik inmiddels wel geleerd. 
En dat ene wil ik met u, lezer, delen. Mogelijk hebt u er iets aan gedurende het verdere verloop van uw leven.

Inmiddels ben ik er achter gekomen dat de werkelijke en passende antwoorden vaak van een compleet ander niveau zijn dan het niveau waarop die vragen gesteld kunnen worden. En dat de antwoorden vaak op de meest bizarre manieren gegeven worden. De antwoorden worden namelijk niet door andere mensen maar door jezelf gegeven! Zo heb ik het althans ervaren. Ook begrijp ik inmiddels dat al die schijnbaar losstaande antwoorden in de vorm van een soort van legpuzzel komen. Stukjes die eerst volslagen betekenisloos leken, krijgen na verloop van tijd vorm, kleur en inhoud door andere stukjes van diezelfde puzzel. Die enorme en ingewikkelde puzzel die ons aller leven heet te zijn. Al die stukjes vallen ooit samen, zo is mijn ervaring. Zelfs als die stukjes in eerste instantie ogenschijnlijk niets met elkaar gemeen hadden. Het woord ogenschijnlijk bedoel ik hier echt volkomen letterlijk, zoals veel dat in dit boek beschreven staat volkomen letterlijk is op te vatten. Schijnend door de ogen. Door de ogen van ons mensen gezien.

En dan... Dan opeens geschiedt het wonder. De wonderlijke ingeving van de intuïtie laat de echte werkelijkheid zien, in plaats van de illusie, die wij telkens opnieuw onszelf voor de enige bestaanbare werkelijkheid voorgehouden hebben. Uiteindelijk, na vaak lange tijd, blijken die puzzelstukjes wonderwel precies in elkaar te passen. Wonderbaarlijk gewoon. Ook nu weer in de meest letterlijke betekenis. Als van een wonder. En toch heel gewoon.Want inmiddels is het me volstrekt duidelijk: wonderen zijn in onze wonderbaarlijke wereld heel gewoon. Wonderen zijn zelfs de meest normale zaak van de wereld. Het wonder van een verkregen antwoord. Ik verbaas me daar steeds weer opnieuw over, hoe simpel antwoorden soms kunnen zijn. Op de meest ingewikkelde vragen zijn de antwoorden vaak heel simpel, als je ze naar het andere niveau weet te tillen. Dat optillen naar het andere niveau is de kunst, zo heb ik inmiddels geleerd. Verbazingwekkend en toch heel gewoon. Doch de legpuzzel van vragen is immens groot en voor ons mensen erg onoverzichtelijk. 
Daar komt geen einde aan in dit aardse leven. Maar daarover verderop in dit boek meer. Wij allen zijn, ieder voor zich op de wijze die hem of haar het meeste past, op zoek naar velerlei antwoorden. Op gestelde doch vooral op de veelal niet gestelde vragen. En weet u wat ik eigenlijk het aller leukste vind?

Dat wij met z’n allen op deze aarde deze geweldig ingewikkelde en enorm grote legpuzzel van vragen en mogelijke antwoorden voortdurend zelf creëren. U en ik voegen telkens opnieuw vele ingewikkelde stukjes aan die gigantische legpuzzel toe. We gaan er maar mee door, waardoor de puzzel ogenschijnlijk groter en groter wordt. En natuurlijk dientengevolge ogenschijnlijk ook ingewikkelder. Helaas beseffen we vaak nog niet eens dat we die puzzel, met elke door onszelf gecreëerde gebeurtenis, iets groter maken. Alhoewel ik beslist niet zou willen beweren dat enkel het maken van al die stukjes iets negatiefs zou zijn. Integendeel zelfs, ook al kunnen mensen onvoorstelbaar wreed zijn en ongelooflijk wrede dingen doen. Het is naar mijn stellige opvatting zelfs één van de diepere essenties van het leven. Leven is het zoeken naar alle mogelijke antwoorden. Het antwoord op het grote “waarom” van dit alles. Om uiteindelijk de sluier waarachter de werkelijke waarheid schuil gaat, een klein stukje op te kunnen lichten. Soms, echt heel soms, vragen we ons misschien verwonderd af hoe we überhaupt aan een antwoord zijn gekomen. Zo druk zijn we meestal met het oproepen van nieuwe vragen in de weer. Of met de aardse beslommeringen van het leven van alledag.
Ergens is er onder u mogelijk een enkeling die diep van binnen iets van een antwoord beseft, misschien. Heel, heel erg diep van binnen. Mogelijk bent u, als lezer, deze enkeling omdat ook u naar antwoorden dorst. En daarom dit boek ter hand genomen hebt. Als dit zo is, zult u zich wellicht vaak een roepende in de woestijn gevoeld hebben. Net zoals ik mijzelf vaak die roepende gevoeld heb. Heel vaak zelfs. Ik heb me schor ge-schreeuwd.

Maarten Bonnie, februari 2006


 

Inleiding


 

Dit boek is feitelijk net zo’n soort puzzel. Het gaat over die andere puzzel die leven heet. De losse stukjes die, al verder levend en onderwijl zoekend naar antwoorden op hun plaats gingen vallen. De antwoorden die ik uiteindelijk op de een of andere manier heb mogen ontvangen. Destillerend uit vele van die losse, her en der gevonden stukjes. Maar het plaatje van mijn puzzel is nog lang niet compleet. Dat kan ook niet anders, daar ikzelf nog steeds puzzelstukjes aan datzelfde leven, mijn leven, toevoeg. Gewoon, omdat ik nog steeds mag rondlopen op deze prach-tige en wonderbaarlijke aarde. Aldus ga ik verder en verder met het vergaren van de puzzelstukjes. Om zo te proberen om tenminste een deel van die puzzel compleet te krijgen. Misschien wordt het plaatje op sommige punten iets duidelijker, maar de meeste mensen hebben er hoogstwaarschijnlijk geen flauw idee van, wat het uiteindelijk gaat voorstellen. Het plaatje van het voorbeeld ontbreekt namelijk, zo denken we veelal. Dat voorbeeld ontbreekt ogenschijnlijk voor ieders puzzel. Op zijn best is het een voorbeeldfiguur uit een zeer ver verleden. Een Heilige, een Godheid misschien, of een Profeet. Wellicht een grote Meester. Voorbeelden waarvan we aannemen dat de sagen en verhalen over die geleefde levens ons tot voorbeeld kunnen strekken. Hetgeen ze in feite veelal ook doen. Soms is het plaatje een vaag en wazig beeld uit een zeer ver verleden. Terwijl we het werkelijke en waarachtige antwoord feitelijk al lang al weten. We herinneren het ons alleen niet meer. Laat staan dat wij naar die zeer diepgaande levensinzichten leven. Of kunnen leven, zelfs. Maar daarover zo dadelijk meer.

Wij mensen bestaan, mijns inziens, tegelijkertijd op een drietal uitermate verschillende niveaus. Deze verschillende niveaus zijn onderling zeer sterk verbonden en niet van elkaar los te koppelen of uit te zetten. Daar bestaat geen knop-je voor in ons wezen. Evenmin als dat het leven een pauzeknopje bezit. Deze - ik noem het Goddelijk - drie-eenheid zijn de zeer sterk verweven doch verschillende niveaus waarop wij bestaan. En elke wijziging die aangebracht wordt in één van die drie niveaus heeft onmiddellijk verregaande consequenties voor de andere twee, zo is mij inmiddels duidelijk geworden.

Het eerste niveau; ons spirituele zijnsniveau 
wat ik benoem en onderken is ons spirituele zijnsniveau. Het menselijke Godsbesef. Het is precies dit aspect dat ons mensen menselijk maakt. Het is het minder of meer bewust zijn dat er ergens iets groters is dan wij. Dit aspect van ons wezen behelst onze alomtegenwoordige Goddelijke Geest die ons allen omgeeft en sturing aan het leven geeft. Hetgeen tegelijkertijd onze verbinding met het al en met het heelal is, omdat wij er deel van uitmaken. Vanzelfsprekend mag u dit al of heelal ook de alomtegenwoordige Goddelijkheid noemen. Het staat u volkomen vrij om zulks wel of niet te doen.

Het tweede niveau; ons allerdaagse bestaansniveau
is ons alledaagse, materiële en tastbare aardse bestaansniveau. Oftewel ons lichaam en al wat daarbij hoort. Hetgeen tegelijkertijd onze onlosmakelijke verbinding met onze moeder aarde impliceert. We komen er scheikundig gezien volledig uit voort en gaan er eveneens naar terug. In welke vorm of hoedanigheid dan ook. Op lichamelijk of biologisch niveau gezien, althans. Ook behelst dit tweede niveau onze materiële verbondenheden met de ons omringende tastbare aardse dingen.
Het derde niveau; ons psychologische zijnsniveau
En ten leste is er het derde of psychologische zijnsniveau. De bewuste, onderbewuste en onbewuste sturing van al onze psychosociale eigenschappen. Het is ons wezenskenmerk welke in de eerste plaats de verbinding en omgang met onszelf vanuit onze eigen en hoogstpersoonlijke ervaringen kenmerkt en realiseert. Dit niveau geeft dientengevolge ook onze sociaalmentale eigenschappen weer. Hetgeen in de eerste plaats weer blijkt uit onze omgang met onszelf. En uiteraard ook onze omgang met alle andere mensen en zaken welke we mogen ontmoeten of meemaken. Hieronder versta ik de omgang met andere mensen en alle andere soorten van leven, alsmede de omgang met de gebeurtenissen die ons toevallen. Doch ook de dagelijkse omgang met de levenloze dingen vanuit het tweede niveau valt onder dit niveau.

Inmiddels is mij duidelijk geworden dat de bedoeling van het leven is om zo volkomen mogelijk te leven naar je eigen aard en wezenskenmerken. Hetgeen betekent dat je mag proberen om zo autonoom en authentiek mogelijk te leven in de gemeenschappen welke je zelf verkiest. Het leven draait mijns inziens dus om een zo volledig mogelijke integratie te bereiken van die Goddelijke drie-eenheid die wij allen feitelijk zijn. Daarbij rekening houdend met de gegevenheden zoals intellect, intelligentie, talenten, genetische bepalingen en beperkingen en wat dies meer zij. Een volledige integratie wil zeggen, dat je zo volkomen mogelijk bewust bent van het eigen bestaan op elk van al die verschillende aspecten van jezelf. Hetgeen automatisch impliceert dat je de eerder genoemde gegevenheden maar ook de consequenties van je eigen handelen volledig aanvaardt, om zodoende - al levend - tot diepere inzichten van jezelf te komen. En net daardoor leer je het Goddelijke wezen dat je eveneens bent, werkelijk kennen en doorgronden. Die Goddelijke vonk leeft immers in ons allemaal.

Daar gaat dit boek dus grotendeels over. Het integreren van die drie Goddelijke aspecten van ons mensen. En hoe deze verschillende aspecten elkaar voortdurend onderling beïnvloeden. Een niet-aanvaarding in het ene aspect heeft onherroepelijk gevolgen voor de andere twee aspecten. Zo nauw zijn deze niveaus onderling verweven. Anders gezegd: een afwijzing van een deel van onszelf, geeft onmiddellijk een afwijzing van onszelf als één geheel. En bovendien, we doen het ook nog eens volkomen zelf! Bijvoorbeeld hoe wij onszelf telkens opnieuw door ons niet-bewust zijn op het verkeerde been laten zetten. Of andere mensen op een verkeerd been zetten. Daarom leven we ook op deze aarde! De aarde is immers een leerschool. Om eens eindelijk te kunnen herinneren wie en wat wij zijn. De Goddelijke schepsels die wij allen, stuk voor stuk, ook behoren te zijn!

U mag de in u sluimerende Goddelijke vonk uw eigen groeiende “Christusbewustzijn” noemen, als u dit wilt. Of het sluimerende bewustzijn van uw eigen herinneringen aan uw eigen Goddelijkheid. En dat bewust-zijn werkt volledig door op die genoemde ni-veaus. Dit bewust-zijn is het Goddelijke bewustzijn dat we ons door onze drukke bezigheden veelal helaas niet meer weten te herinneren. Of waar we om precies diezelfde moverende drogredenen veel te weinig bij stil staan in ons dagelijkse gekmakende en jachtige bestaan. Vooral in onze “beschaafde” westerse wereld. Doch om naar dit “Christusbewustzijn” te leren leven, dienen we te beseffen dat dit alles een onlosmakelijk deel van eenieder van ons is. We herinneren het alleen niet meer. Of we drukken het zo ver weg uit ons dagelijkse bewustzijn, tot het volledig uit ons bestaan verdwenen is...

En dan, op een dag, komen de vragen vanuit de diepe zwartheid die we welhaast onherroepelijk tegenkomen, oprijzen...

Dit boek is op een bijzondere wijze ontstaan. Alhoewel ikzelf dat niet als uitermate bijzonder zou willen betitelen. Inspiratie uit een onbekende bron zouden sommige mensen dat noemen. Ik niet. Mijn inspiratie kwam uit die ene en oeroude bron. Zo voelde dat voor mij aan. Die bron zou ikzelf heel vanzelfsprekend Goddelijk willen noemen. Hetgeen geenszins betekent dat God Zelf mijn inspirator was. Echter, een ‘iets’ dwong mij telkens opnieuw om achter de computer plaats te nemen en te schrijven. Vaak tot zeer diep in de nacht bleef ik zitten en schreef. De woorden, zinnen en alinea’s kwamen veelal als bijna vanzelf tot mij. Alsmede de vorm waarin dit boek gegoten is. Eveneens weet ik dat veel boeken over dit soort onderwerpen op deze manier ontstaan zijn. Daarom vind ikzelf dit ook niet zo bijzonder. Het stemt me echter wel uitermate dankbaar, dat ik dit mag doen. Hetgeen overigens, voor mij eens te meer bevestigt dat de overal aanwezige Goddelijkheid nog steeds met en tot ons mensen spreekt.

Doch laat ik niet op de zaak vooruit lopen. Laat ik gewoon bij een stukje van de puzzel beginnen. De geboorte van één van de grootste puzzelstukjes en wonderen die wij als mensheid kennen. Zoals elk leven met een geboorte begint...

Maarten Bonnie, februari 2006


 

Hoofdstuk 1
Eerste kennismaking


 

Hij verscheen gewoon. Alhoewel gewoon... 
Hij verscheen in mijn dromen. Een doodgewone jongen. Ongeveer 14 jaar oud. Normaal ge-kleed, niet extra modieus maar beslist ook niet uit de tijd. Van een gemiddelde lengte en een normaal jongenspostuur. Niet dik en niet mager. Gewoon een normale oer-Hollandse jongen. Hij zei echter geen stom woord. In geen enkele van al die dromen. Toen hij me eindelijk opviel, tenminste. In het begin had ik totaal niet op hem gelet. Hij was alleen maar telkens opnieuw aanwezig op de achtergrond van de vele kleurrijke gebeurtenissen in die dromen. Ik weet, er zijn in het gewone alledaagse leven wel meer jongeren die teruggetrokken zijn. Jongeren die op geen enkele manier willen opvallen. Jongeren die niets te zeggen hebben en in zichzelf gekeerd schijnen. Vooral in de werkelijke wereld buiten de dromen. Daarom zag ik dit in mijn droom ook niet als uitzonderlijk of ongewoon.

Toch was iets vreemds met hem aan de hand, ofschoon ik niet direct wist wat dat precies was. Ik kon het niet duidelijk aanwijzen of er de vinger op leggen. Hij boezemde vertrouwen in. Prima, oké. Dat was duidelijk. Bovendien straalde hij een bepaalde gelukzaligheid uit. Ook oké. Alhoewel ik die gelukzaligheid, die volstrekt tevreden uitstraling, niet helemaal thuis kon brengen. Ergens was het ook niet helemaal normaal. Jongeren zijn gewoonweg niet altijd tevreden. Of gewoon niet altijd even gelukkig. Het was net alsof hij voortdurend een klein beetje high was, zo leek het althans. Alhoewel verder totaal niets op enig drugsgebruik wees. Hij leek mij gewoonweg niet het type voor het gebruiken van drugs. Op de een of andere manier, diep in mijn herinneringen weggedoken, voelde of wist ik dat hij met mij verbonden was. Hoegenaamd die verbinding met mij dan ook was. In mijn “wakkere” leven kende ik hem niet. Dacht ik. Ik weet welhaast zeker dat ik hem nog nooit gezien had. Nergens. Kortom, ik begreep helemaal niets van zijn aanwezigheid in al die verschillende dromen. En zijn aanwezigheid was blijkbaar het enige waar het in al die dromen om draaide.

Zoals ik al zei, had ik regelmatig die dromen waarin hij voorbij kwam. Telkens weer in diezelfde eigenschap van een jongen die zich stilletjes op de achtergrond houdt. Overigens droomde ik niet elke nacht over hem, zeer zeker niet. Het waren ook niet de echte nachtelijke dromen. Maar de soort dromen van ‘s morgens vroeg tussen het nachtelijke slapen en het daad-werkelijke wakker worden in. Dit realiseerde ik me pas veel later. Die soort die je, als je wakker wordt meestal kunt herinneren. Wat ik bovendien zeer vreemd vond is dat ik steevast zelfs overdag deze dromen tot in de allerkleinste details kon herinneren. Want meestal vervagen deze dromen al na enkele minuten.

In al die dromen sprak hij geen woord. Geen geluid kwam over zijn lippen. Doch verder deed hij ook helemaal niets speciaals. Hij was gewoon aanwezig. Enkel en alleen dat. Aanwezig zijn. Ja, dat was het natuurlijk! Daar draaide het om. Aanwezigheid. Het kwam mij voor - als ik er nu achteraf op terugkijk - alsof ik op de een of andere manier aan zijn aanwezigheid moest wennen.Maar dat is natuurlijk achteraf gepraat. Achteraf verklaren hetgeen je inmiddels al weet... Opeens was hij werkelijk aanwezig. Ik zweer dat ik niet droomde. Zomaar vanuit het niets, zat hij plotseling in de stoel opzij van de haard.

 In mijn flat heb ik een open haard. Geen echte natuurlijk, dat kan niet, maar een nepper. Zo’n ding dat met brandstofgel gestookt wordt. Dus wel eentje met echte vlammen. Gewoon omdat ik dat gezellig vind. Kort tevoren was ik uit een meditatie gekomen. Daarom zat ik nog in kleermakerszit op de bank tegenover de haard. Die meditatie - waarin ik mijn geleidegidsen of geleidegids wederom om hulp en inspiratie gevraagd had - was erg diep geweest. Als een zeer diepe en droomloze slaap.

Ik schrok wel, maar tot mijn verbazing bleef ik gewoon zitten waar ik zat. Mijn reactie verbaasde me hogelijk. Of beter gezegd het uitblijven van de reactie die ik, ook weer achteraf gezien, verwacht had van mijzelf. Ik had - als iemand mij een dergelijke situatie tevoren beschreven zou hebben - verwacht dat ik anders zou reageren. Heftiger. Boos. Agressief wellicht. Bijvoorbeeld door op een eisende manier te vragen hoe hij het in zijn hoofd haalde me zo te laten schrikken. Te vragen hoe hij binnengekomen was. Door hem misschien zelfs luidkeels te sommeren weer onmiddellijk te vertrekken. En dat ik kwaad zou worden wegens de schending van mijn privacy.  Al deze overwegingen en gevoelens tolden als bezeten door mijn hoofd. Heel snel. Als een soort wervelwind. Ja, dat is het goede woord. Een wervelwind, een hevige storm. Alleen in mijn gedachten uiteraard, niet in mijn uiterlijk. Maar van die gedachten voerde ik geen enkele uit. Dus bleef ik tot mijn eigen stomme verbazing gewoon zitten. Enkel mijn hart ging als een bezetene tekeer. Het klopte in mijn keel. Eveneens voelde ik het bloed uit mijn gezicht wegtrekken. Bovendien voelde ik dat er ergens in zijn voorkomen iets was dat mij ervan weerhield om één van die zonet bedachte terechtwijzingen te uiten. Misschien is het een herkennen of herinneren van een diepe en onbekende verwantschap? Bedacht ik me. Koortsachtig zocht ik naar een verklaring voor mijn gedrag, maar ik kon er geen enkele vinden. Ik begreep niets meer van mezelf. Blijkbaar kende ik mezelf nog steeds niet goed. Verwarrend allemaal. Heel verwarrend.

 Nadat ik van de eerste schrik bekomen was, kwam eenzelfde soort rust als in mijn dromen over me. Ik voelde het gewoon gebeuren. Plotseling trokken al die verschillende dromen in één enkele flits aan mijn geestesoog voorbij. Nu herinnerde ik me en herkende ik hem meteen. En, vreemd genoeg voelde ik me ergens diep in mijn binnenste, blij en opgetogen dat hij er was. Hij voelde vertrouwd aan. Als familie. Maar familie was hij niet, wist ik. Meer alsof ik hem al heel lang kende en we elkaar elke dag urenlang spraken.‘Hoi,’ zei hij met een zachte welluidende en toch jongensachtige stem. ‘Ik ben Aiken en ik kom met je praten.’ Verdwaasd en verward door mijn eigen gevoelens en gedrag, als in een soort van trance, vertelde ik hoe ik heette en dat ik gewoon Maarten genoemd wilde worden. ‘Gewoon je en jij. Geen ge-u, want dan voel ik me zo oud,’ grapte ik om mezelf enigszins een houding te geven. Zoals ik dat grapje wel vaker gebruik.‘Dat weet ik. En ik begrijp je gevoelens van verwarring,’ zei hij zacht, alsof hij mijn gedachten geraden had. ‘Ik weet namelijk een hele hoop over jou en je gevoelsleven.

’Die stem ken ik, schoot het door mijn hoofd. Zijn stem had een erg vertrouwde klank. Welluidend. Jongensachtig, maar toch welluidend. In zeker zin volwassen. Met een typische intonatie. Het was alsof ik die stem al vaker gehoord had. Maar ik wist gewoonweg niet waar. Ik kon niet herinneren waar ik die stem eerder gehoord had, alhoewel ik zou durven zweren dat ik ze al eens eerder gehoord had. Dat het niet in mijn droom was, realiseerde ik me eveneens. Aiken sprak intussen gewoon verder. 
Ik dwong mezelf te luisteren naar hetgeen hij te vertellen had.
‘Jij bent iets ouder dan vijftig nu en je vraagt voortdurend om hulp,’ zo ging hij zonder onderbreking verder. ‘Hier ben ik dan. Ik kom je daadwerkelijk helpen. Dat is toch waar je zo vaak om gevraagd hebt?’ Hij zat volkomen op zijn gemak in de leunstoel waar ik altijd ga zitten als ik wil lezen. Hij zat daar alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. Blijkbaar verwachtte hij geen enkel antwoord, want hij sprak bedaard verder.

‘Je wilt inspiratie,’ vervolgde hij, ‘maar je weet niet hoe. Je zit al een lange tijd op een spiritueel groeipad en soms weet je geen raad. Noch met jezelf, noch met de mensen om je heen. Met al die verschillende dingen die de laatste tijd gebeuren. Je zoekt verklaringen. Je voelt jezelf als het ware soms vast zitten. Zo zou jij dat waarschijnlijk noemen. Je wilt eigenlijk verder maar weet even niet meer hoe.’ Hij sprak rustig, kalm en bedaard. Goed articulerend. In vrijwel accentloos Nederlands. Maar wel met een typerende stembuiging. Ik luisterde schier ademloos, merkte ik. Op de een of andere manier riep zijn stem dat ook op. Je moest wel naar hem luisteren of je wilde of niet. De klank van zijn stem had echter helemaal niets dwingends. Tenminste niet in de wijze van spreken of in zijn intonatie.

‘Er is in tussentijd iets tot je gekomen, waar je een hoop wijsheid in ziet. Intuïtief voel je de juistheid van al die wijsheden aan. Dat schat je inderdaad goed in. Die wijsheid wil je op de een of andere manier naar buiten brengen, maar jij voelt je geblokkeerd. Je bent bang dat je dan voor de zoveelste keer voor betweter wordt aangezien. Dan voel jij je wederom volstrekt niet begrepen. Iets dat al veel vaker in je leven gebeurd is.’ Ik hield mijn mond, want ik was letterlijk even sprakeloos.

‘Je wilt graag’ ging hij verder, ‘veel dingen in je leefwereld veranderen. Niet omdat jij dat wilt vanuit je wil, doch omdat je er op een volstrekt andere manier tegenaan kijkt. Tegenwoordig tenminste. Het is gaandeweg je leven steeds duidelijker voor je geworden. Kortom. Je bent ontevreden met de wereld om je heen. Vooral hoe de mensen tegenwoordig met zichzelf en met elkaar om gaan. En de noodzakelijke veranderingen in die omgang, zoals jij het ziet, wil je naar de wereld en naar buiten brengen, omdat je de uiterste noodzaak daarvan inmiddels aanvoelt. De mensen om je heen dienen goed te begrijpen wat allemaal mis is. En dat, precies dat wil je absoluut zeker heel duidelijk stellen. Maar vooral het waarom het volgens jou zo ontzettend mis is. En natuurlijk, vertellen wat daar mogelijk aan te doen zou kunnen zijn, want alleen dat te constateren vind jij niet ver genoeg gaan. Kortom, je wilt mensen in hun omgang met elkaar helpen, omdat je terdege beseft dat jij dan ook jezelf helpt.’

De staande leeslamp naast de stoel brandde, zodat alleen het onderste deel van zijn jongensachtige lichaam verlicht werd. Daardoor kon ik zijn gezicht niet goed onderscheiden, daar het zich in het halfdonker buiten de directe lichtcirkel van de lamp bevond. ‘En weet je?’ ging hij voort. ‘Ik ben al een hele lange tijd bij je. Lang voordat jij jouw spirituele pad op ging, was ik al bij je. Beschouw me daarom maar als een oude vriend. Een zeer oude vriend. Misschien wel de enige echte vriend of vriendin die je ooit in je leven gehad hebt. Maar dat komt later nog ter sprake. Het zal je wel duidelijk worden.’

Ik had aandachtig zitten luisteren. Niettemin had ik hem, onderwijl hij sprak, goed geobserveerd en bestudeerd. Zo op het eerste gezicht zag hij er normaal uit. Ik bedoel, gewoon net als u en ik. Ik schatte zijn leeftijd op ongeveer veertien tot vijftien jaar. Een jonge en aardige jongen dus. Maar wel eentje met verstandige woorden. 
“Misschien wel te verstandig voor zijn leeftijd?” vroeg ik me onwillekeurig af. Waarheid, zo voelde dat voor mij ergens aan. Of wijsheid, wellicht. Waarheid en wijsheid die ogenschijnlijk niet bij een zo jong iemand paste. Het strookte gewoonweg niet met mijn ervaringen met betrekking tot jongeren van die leeftijd. Van de hele situatie waarin ik verzeild was geraakt, begreep ik steeds minder. ‘Vergis je niet, Maarten,’ antwoordde hij op mijn onuitgesproken vragen. ‘Schijn bedriegt ook nu weer. Zoals al zo vaak in je leven gebeurd is. Ik ben een ietsje pietsje ouder dan je denkt.’ Bij die laatste opmerking meende ik een vluchtige prettwinkeling in zijn ogen en stem te herkennen. De verbazing moet van mijn gezicht af te lezen zijn geweest. Blijkbaar nam hij mij eveneens erg nauwkeurig op. Klaarblijkelijk lette hij ook heel goed op mijn lichaamstaal. Griezelig gewoon, omdat zijn opmerking sloeg op mijn verbazing. Alsof hij gewoon in mijn gedachten kon kijken. Hij pauzeerde enkele tellen, me onderwijl verder nauwkeurig gadeslaand.

‘En inderdaad ja. Ik hoor je gedachten op het moment dat jij ze denkt. Letterlijk. Jullie mensen noemen dat gedachtelezen. Doch dat had je inmiddels hopelijk wel begrepen.’ En hij voegde direct daaraan toe: ‘Maar vanaf nu communiceer ik hoofdzakelijk nog via jouw gewone stoffelijke zintuigen. Praten met de mond en luisteren met de oren. Dus ik zal normaal en in jouw eigen en specifieke taalgebruik met je praten en ook luisteren naar jouw woorden,’ verduidelijkte hij nog. Hij wachtte vervolgens op mijn reactie. Die kwam ook, zij het met moeite, want ik was totaal overdonderd. ‘Ja, dat je’ bracht ik moeizaam uit, ‘in mijn gedachten zat, vermoedde ik al. Dat is juist. Maar je ziet er zo jong uit. Dat begrijp ik niet. Ik bedoel, ik begrijp sommige uitspraken niet. Vriend, vriendin? En je leeftijd zoals ik die zou inschatten. En ook dat je al lang bij mij bent. Dat je iets ouder bent dan ik zou denken.’ Ik dacht even na. ‘Wie en wat ben je dan? Wat betekent dit allemaal eigenlijk?’ vroeg ik vervolgens op een enigszins eisende toon. Sloom begonnen mijn hersenen te ontwaken, weer te werken. Geleidelijk aan kon ik mijn gedachten weer ordenen en was ik de eerste en opperste verwarring te boven.

‘Dat je het niet kunt vatten’ hernam hij, ‘komt omdat jullie mensen meestal op uiterlijkheden afgaan. Jij bent daarin absoluut niet anders dan de meeste andere mensen. En ik heb me voor jou natuurlijk daaraan aangepast. In werkelijkheid ben ik vele, zeer vele malen ouder dan jij nu in dit aardse leven bent. Ik leef al lang, al zeer lang. Althans voor jullie aardse begrippen. In jullie aardse uitdrukking van tijd zou dit zelfs neerkomen op vele honderden eeuwen. Houd het maar op ongeveer vierhonderdduizend jaren in jullie aardse tijdrekening. Dus ben ik nog jong. Maar mijn leeftijd is eigenlijk volstrekt niet belangrijk.’ Hij sprak de woorden met een glimlach uit. Niet neerbuigend, eerder beminnelijk en liefdevol. Vol begrip over mijn verbazing. Alsof hij mijn verwarring en gevoel van niet begrijpen begreep.

Mijn verbazing en verwondering over zijn uitspraken groeide. Alsmede mijn verwarring. Meerdere honderdduizenden jaren! Dit kwam met geen enkele van mijn ervaringen overeen. Een leeftijd die mijn begrip van ouderdom van dingen volledig te boven ging. Laat staan van levende dingen. Dus is hij vele malen ouder dan de grote piramides in Egypte, schoot het door me heen. Snel berekende ik dat zijn leeftijd bijna honderd keer die van die piramides moest zijn. Hij was zelfs ouder dan wat dan ook, dat ik überhaupt hier op aarde kende. Behalve natuurlijk onze aarde zelf. Het ging mijn begrip en bevattingsvermogen van leeftijd finaal te boven. Mijn fantasie schoot ten enen male te kort. Een ander woord dat hij gezegd had schoot me nu te binnen. “Aangepast”, zei hij toch? Ook dat begreep ik niet. 
Langzaam voelde ik me kwaad worden. In de maling genomen. Die jonge knul had veel uit te leggen, om dergelijke baarlijke nonsens te kunnen verkondigen, bedacht ik. Tegelijk voelde ik een innerlijke weerstand tegen het woordje jonge. Mijn gevoel vertelde me dat er een kern van waarheid in zijn woorden lag. Zoiets verzin je niet. “Stel dat...”, reageerde mijn gevoel, maar mijn verstandelijke brein weigerde het te bevatten. En mijn redenerende verstand weigerde simpelweg het te geloven. Kortom. Ik voelde me echt in de maling genomen. En niet zo’n beetje ook! Van alles tolde door mijn hoofd. Ergens, heel diep van binnen, voelde ik mij ook door mijzelf behoorlijk in de maling genomen, omdat mijn hersenen en mijn ge-voel zo volstrekt tegenstrijdig reageerden. Maar ik hield mijn groeiende boosheid nog heel even voor me. Nog heel even dan. Laat hem maar praten, dacht ik en probeerde me te concentreren op wat hij verder zei.‘Met dat lang bij je zijn bedoel ik letterlijk niets anders dan dat ik al vanaf de dag van jouw laatste aardse geboorte je geleidegids mag zijn.’Het begon me een klein beetje te dagen. Mijn boosheid smolt weg. 

Geleidegids
Het woord “geleidegids” verklaarde meteen een hele hoop. Alles wat ik gelezen en gehoord had over gidsen, Engelen en andere lichtwezens schoot in één enkele gedachte door mijn hoofd. Aiken praatte echter gewoon verder: ‘Daarom ken ik jou beter dan wie ook. Inclusief de manier waarop jij jezelf kent. En als één van jouw geleidegidsen mag ik, binnen de context van mijn opdracht, op elk moment doen wat ik voor jou dienstig acht. Zodat het jou vooral, maar ook alle andere betrokkenen in je omgeving, kan helpen om vooruit te komen. Om verder te kunnen groeien in jullie persoonlijke zin. Spiritueel en met innerlijke wijsheid en waarheid.’

Terwijl hij sprak, voerden mijn gedachten me langzaam verder. Ook over de gebeurtenissen van de afgelopen tijden begon het me nu een klein beetje te dagen. Blijkbaar was dit een soortement van antwoord vanuit de kosmos. Een verklaring, misschien, van al die bizarre en bijzondere gebeurtenissen van de afgelopen jaren. En natuurlijk niet te vergeten de bijzonder bizarre gebeurtenissen die heel lang geleden gestart waren. Mijn reeds meer dan veertig jaren bestaande “Herinneringen aan Overmorgen”, bijvoorbeeld. Zoals ik ze althans al die tijd al stiekem in mijn eigen gedachten noemde: het op voorhand weet hebben van de gebeurtenissen die ooit zullen volgen. Niet alleen sommige gebeurtenissen betreffende mijzelf, ook de wederwaardigheden die anderen mensen zullen meemaken maakten mij vooraf vaak alvast deelgenoot van hun aanstaande verschijnen. In die tijd ben ik dit heldere en op de een of andere manier absoluut zekere weten “Herinneringen aan Overmorgen” gaan noemen. Omdat dit eigenlijk precies omschrijft hoe ik al die bizarre dingen ervoer. De intuïtieve sturing van je eigen diepere gevoel, zoals ik inmiddels weet. Zelfs tegen het volstrekt beter weten van je denkende hersenen in. Daar, onder die “herinneringen” viel mijns inziens van alles onder: vanaf het duidelijke déjà vu van de simpele voorspellende gedachte of droom, tot en met de vluchtige gedachte van het zekere weten. Zoals ik al zei, een soort herinnering aan iets dat nog komen gaat. Hetgeen niet alleen vaak, doch zelfs veelal tegen het beter willen weten in ging. Ten enen male tegen de waarschijnlijkheid van het nu in, zelfs. Zoiets dergelijks maakt je uitermate onzeker. En tegelijkertijd ook weer niet. Mijn bespiegeling vervaagde.

Aiken had zich niets van mijn overdenking aangetrokken. ‘Wij geleidegidsen’ ging hij schijnbaar onverstoorbaar verder, ‘kunnen elke gedaante aannemen die wij willen. Natuurlijk heb ik voor deze uiterlijke verschijningsvorm van een jonger iemand bewust gekozen. 
Zoals bij jullie mensen-kinderen een jong iemand uitziet. Dat heeft vanzelfsprekend een reden, anders had ik deze vorm immers niet. Op die reden kom ik nog terug. Straks. Dan begrijp je het. Voor mij betekent dit uiterlijk echter volstrekt niets, omdat het slechts een vorm is. Voor jou betekent uiterlijk of vorm wel iets. Straks zal ik je nog uitleggen waarom.’ Hij wachtte een tel, blijkbaar over zijn formulering nadenkend. ‘Als ik namelijk mijn eigen en natuurlijke gedaante zou hebben aangehouden, zouden je aardse ogen mij niet kunnen zien. Je aardse oren zouden mij niet kunnen horen. Je zou mijn aanwezigheid zelfs helemaal niet kunnen opmerken. Hooguit zou je - als ik dat toesta - mijn aanwezigheid kunnen aan- of invoelen. Die gevoeligheid bezit je. Net zoals ieder ander van jullie mensenkinderen de gevoeligheid daarvoor bezit, als hij of zij voldoende daarvoor open staat.’ Aiken zweeg nu. Op zijn jongensgezicht stond enkel medeleven te lezen. Ergens voelde het voor mij alsof hij medelijden had met mijn verwarring. Hij keek heel warm en liefdevol, zonder een enkel spoortje van superioriteit. Zelfs geen enkel zweempje van ergernis vanwege mijn boosheid van zonet.

De plotselinge stilte bracht me volledig terug in het hier en nu. ‘Ik ben even helemaal van slag,’ bracht ik hakkelend uit. Nu schaamde ik me zelfs een beetje vanwege mijn eerdere boosheid en de dwingende toon waarop ik uitleg gevraagd had. ‘Ik bedoel: heb ik dat?’ hakkelde ik verder. ‘Ik bedoel, ik heb altijd graag geleidegidsen willen zien, of ontmoeten. Je bent toch een geleidegids? Dat zei je toch? Ik bedoel: het is al een hele lange tijd mijn vurigste wens. En nu zit er één voor me. In levenden lijve nota bene. Ik vind dat nogal wat. Heel wat! Ik ben even finaal de kluts kwijt. Net zoiets alsof God hoogstpersoonlijk plotseling tegenover me komt zitten keuvelen bij een glaasje thee.’ Ik struikelde bijkans over mijn eigen woorden. Het gehele gebeuren was zeer verwarrend voor me. Hij glimlachte heel liefdevol. Heel volwassen en begrijpend. ‘Ik begrijp je verwardheid. Doch je verwardheid zal over gaan. Het zal snel wennen. Geloof me. Je verwardheid zal wennen en dan overgaan. Je kunt me als je geleidegids beschouwen of als Goddelijk. Wat jij maar wilt of verkiest. Het maakt mij niet uit. En Hem’ zei hij terwijl hij naar boven wees, ‘ook niet! Net zoals jij in jezelf en in vele anderen tegenwoordig vaak de Goddelijkheid kunt zien, herkennen en ervaren. En dat laatste wist en deed je toch al,’ voegde hij er droogjes aan toe.

Ik ging helemaal niet op zijn laatste opmerking in. Ook al was die opmerking inderdaad terecht. De laatste tijd werd ik mij in feite in stijgende mate van de Goddelijkheid van elk mens bewust. De aanwezigheid van iets Goddelijks in alle wezens zelfs. Planten, dieren en uiteraard ook alle mensen op mijn pad. Alles dat bestond, zelfs. Dat besef groeide nog steeds. Mijn brein werkte inmiddels weer op topsnelheid. In enkele tellen hoopte ik mijn gedachten te ordenen. Doch helaas. Het was vergeefse moeite. ‘Mijn God. Ik weet even’ ratelde ik, ‘helemaal niet wat ik hiermee aan moet. Of aan kan. Ik heb eigenlijk zoveel te vra-gen...’ De woordenstroom stopte plotseling. Net alsof de werking van mijn brein eventjes gestopt was. Zo leek het wel. ‘En nu weet ik geen enkele vraag te bedenken,’ bracht ik even later met een droge keel uit. ‘Ik bedoel. Ik wil zoveel weten. En ik wil het ook kunnen begrijpen. En ik moet dat ook nog eens allemaal kunnen onthouden. Alles. Allemaal. Ik bedoel. Eh... Om het uit te kunnen leggen... In woorden...Aan de mensen, bedoel ik,’ ratelde ik verder. Want één ding was me wel duidelijk. Dat hij hier bij me kwam en met me praatte, had een betekenis. Een zeer diepgaande betekenis. Voor mij, maar ook en tegelijkertijd voor andere mensen. Want wie ben ik per slot van rekening? Dus moest het bovendien voor meerdere mensen een betekenis hebben, en niet uitsluitend voor mijzelf, concludeerde ik. 
Dat kon haast niet anders. Al begreep ik nog steeds niet waarom en hoe. Mijn hoofd tolde nog steeds. ‘Rustig, rustig aan. We hebben alle tijd. Echt waar!’ stelde hij mij gerust. ‘Je zult op de juiste manier en op de juiste tijd de juiste dingen kunnen doen. Wees er van over-tuigd en vertrouw er maar op. Voor-alsnog praten we,’ stelde Aiken me nog verder gerust. ‘Als we een aantal gesprekken verder zijn, zal ik je inspireren. Inspiratie zal je gegeven worden, zodat jij je wensen in vervulling ziet gaan. Vertrouw daar maar op. Ik zal je te zijner tijd echt wel verder inspireren over vorm en in-houd,’ orakelde hij. Langzaam aan begonnen mijn gedachten wat minder chaotisch te worden. Ik begreep niets van wat hij zei, of zelfs maar waarop hij mogelijkerwijze doelde. Het zou wel duidelijk worden, hoopte ik. Zoals hij al zei, ik moest maar vertrouwen hebben. Maar ik vond het zeer vreemde en cryptisch klinkende uitspraken.

‘Want jij bezit’ vervolgde hij, ‘een voor mensen zeldzame combinatie van verschillende talenten. Je hebt een zeer open geest. Een open geest betekent vrijheid. Geestelijke vrijheid is een zeer hoog goed. Het hoogste goed zelfs. Jij bent geestelijk een vrij mens. Althans grotendeels. Je durft in ieder geval zaken ter discussie te stellen die voor veel andere mensen nog altijd een strikt taboe zijn. Je durft zelfs zaken open te breken als het ware. Op een zeer confronterende manier, zo mag ik wel stellen. Want je neemt meestal geen enkel blad voor de mond. Geen enkel!’ Hij wachtte een tel. ‘Maar er is meer,’ kondigde hij aan. ‘Je dringt snel in op nieuwe materie en overziet daarvan vervolgens razendsnel allerlei gevolgen. Vanwege die open geest heb je voldoende inzichten en voorstellingsvermogen om andere gezichtspunten te kunnen begrijpen. Ook al ben je het niet eens met die andere persoon, je begrijpt hem vaak wel degelijk. Precies die inzichten waar ik net op doelde, gecombineerd met jouw eigen ervaringen uit je hele leven, vooral die uitzonderlijke ervaringen van de laatste tijd, geven je een zeer groot empathisch vermogen. Je kunt jezelf volledig invoelen en verplaatsen in die ander zijn gedachtewereld. Maar ook in zijn gevoelswereld. Indenken en invoelen in zijn denkpatronen. En dat gaat voor jou heel ver. Heel erg ver. Je voelt je vaak zelfs de advocaat van de duivel. Je ervaart dit vervolgens als jouw eigen duivel. Want precies dit brengt je gelijk weer in opperste verwarring over jezelf. De tegenstrijdigheden die je dan voelt. Dan ga je soms weer twijfelen aan jezelf. Twijfelen aan je eigen verstand. Omdat andermans visie voor jou doorgaans eveneens volstrekt begrijpbaar, logisch verklaarbaar en volledig invoelbaar is.’ Hij wachtte na enkele zinnen telkens een tel. Heel prettig om naar te luisteren was dat. Daarmee rondde hij duidelijk gedeelten af.

‘Daarnaast heb je de zeer zeldzame gave om vreemde gezichtspunten voor andere mensen te verduidelijken. Zelfs als het niet eens je eigen gedachtegoed is. Om net even die extra vertaalslag te maken die voor je toehoorder nodig of noodzakelijk is. Zodat alles voor die luisteraar eveneens duidelijker wordt. Dat is je beste kant van jou: advocaat van de duivel. De allerbeste.’ Waarom hij dit mijn beste kant noemde, begreep ik niet. Ergens wist ik dit wel, maar diep in mijn hart beschouwde ik dat niet als mijn allerbeste kant. Vaak zelfs als een zwakte van mijzelf. Steeds maar weer het gezichtspunt en de zienswijze van andere mensen te moeten begrijpen. Soms haatte ik mijn eigen begrip hiervoor. Maar à la, waarom hij dat mijn beste kant noemde zou me allemaal wel duidelijk worden, vermoedde ik. Ik had ook geen andere keuze dan te luisteren naar wat hij te vertellen had. ‘Er zit’, ging hij verder, ‘ook al een heel lange tijd een leraar in jou te wachten. Om eindelijk volledig te voorschijn te kunnen komen. Je hebt, en dat is natuurlijk onontbeerlijk voor een leraar, een ruime verbeeldingskracht voorhanden. Ik noemde het al. Ze komt voort uit je open geest. Deze verbeeldingskracht is waarlijk een enorme kracht en gave. 
Je visualiseert als het ware de dingen in je gedachten tot complete beelden of soms tot een soort van film. Waarna je uit gaat leggen hetgeen je ziet. Bovendien heb je geduld met anderen, heel veel geduld. Hetgeen onmisbaar is om andere mensen überhaupt te kunnen helpen. En mensen nemen alleen iets van andere mensen aan. Mensen van vlees en bloed. Als ze het überhaupt al willen aannemen. Helaas..’  voegde hij er haast treurig klinkend aan toe en zweeg.

Langzaam aan voelde ik me nu echt ongemakkelijk worden bij zoveel lofzang. Plots herinnerde ik me dat hij eigenlijk een gast was. Dus stond ik op en vroeg of hij misschien iets zou willen drinken. Ik schaamde me omdat ik mijn simpele plichten als gastheer had verzaakt. Dat vertelde ik hem ook. Ongetwijfeld ten overvloede. Toen ik met twee glazen kraanwater terug uit de keuken kwam, zag ik dat Aiken uit zijn stoel was opgestaan en belangstellend naar de titels van mijn boeken op de schouw keek. De boeken uit de serie “Gesprekken met God” van Walsch, schenen zijn bijzondere aandacht te hebben. Ik reikte hem zwijgend een glas met water. Hij keek me peinzend aan en even wist ik niets beters te doen dan vragend mijn rechter wenkbrauw omhoog te trekken. Zoals ik zo vaak doe. Ik voelde de spanning in mijzelf oplopen. Ongemakkelijk. Alhoewel ik inzag dat hetgeen hij eerder al zei, in grote lijnen overeenkwam met het beeld dat ik van mijzelf had. Toch voelde ik me ongemakkelijk daarbij. Ik bedoel, om het een ander zo onomwonden te horen zeggen. Zo vaak kreeg ik namelijk geen complimentjes. En al zeker niet van iemand die onomwonden over dergelijke dingen kon spreken. Blijkbaar wist hij - zo klonk het tenminste - waar hij het over had. Ik bedoel met een zekere oprechtheid. Of waarheid. Want die waarheid in zijn manier van verwoorden en spreken klonk waar. Alsof het simpele en vaststaande feiten betrof. Goedgekeurd door... tja, door wat eigenlijk? Maar ik voelde dat hij nog niet klaar was met datgene wat hij wilde zeggen. Daarom hield ik, zij het met zeer veel moeite, mijn mond dicht en zweeg. Aiken ging weer zitten. Ik deed maar hetzelfde en plofte op de bank neer.

‘Nu is dan de tijd gekomen om verder te gaan met je ontwikkeling,’ hervatte hij het gesprek. ‘Je bent er aan toe. Werkelijk, je bent er eindelijk aan toe. Zodat je daadwerkelijk anderen kunt gaan helpen bij hun eigen spirituele ontwikkeling. Hetgeen, en dat zal je natuurlijk niet verbazen, jouw persoonlijke spirituele ontwikkeling eveneens ten goede komt. Dat weet je, omdat je terdege beseft dat er geen enkel onderscheid is tussen een meester en zijn leerling. Je weet bovendien dat je, voordat jij een meester kunt worden een leerling moet zijn. Die kracht - om telkens opnieuw een leerling te zijn heb je veel kracht nodig - bezit je wel degelijk. Er komt overigens nog veel meer op je pad. Doch dat is allemaal van later zorg. Dat komt nog. Ik zal je bij gelegenheid voldoende weten te inspireren. Ruimschoots voldoende zelfs. Heb maar vertrouwen.’

Hij wachtte even, maar ik hield mijn mond nog steeds dicht. Alhoewel ik natuurlijk dolgraag wilde weten wat hij precies bedoelde met hetgeen hij allemaal zei. Hij riep, door zijn woorden, heel veel vragen bij me op. Het kostte me veel moeite om alleen maar te luisteren. Doch iets, zeer diep in mijzelf, weerhield mij er toch van om nu te reageren. ‘Daarom bedacht ik’ vervolgde hij, ‘dat het goed voor jouw bewustwording zou kunnen zijn, om als een voor jouw zichtbare persoon bij je te komen. Voorlopig tenminste en zolang als we samen praten. In een aantal gesprekken praten, bedoel ik. Al pratend leer jij namelijk veel sneller. Dat is een algemeen bekende menselijke eigenschap. Waardoor jij jezelf verder, maar vooral sneller zult kunnen ontwikkelen in jouw eigen spirituele zijnsstaat. 
Hoofdzakelijk, en dat is evenzo een belangrijke reden, omdat jij je goed thuis voelt in de verbale communicatie. Met verbale communicatie bedoel ik overigens niet alleen het gesproken woord. Niet enkel het geluid, of, zoals jullie dat met een duur woord noemen, de auditieve communicatie. Neen. Bij jou gaat communicatie verder. Veel verder. Jij speelt heel graag met taal en woorden. Zowel sprekend als schrijvend. En als een direct gevolg hiervan zul je sneller, veel sneller en ruimer anderen kunnen bereiken om hen te helpen bij hun eigen en persoonlijke spirituele ontwikkeling. Hetgeen meteen mijn uiteindelijke doel van bewustwording en communicatie is, zoals ik zonet reeds aangaf,’ voegde hij toe. Aiken zweeg eventjes.

Eindelijk. Zoveel complimentjes op een rij had ik nog nooit gehad. Na wat een eeuwigheid leek vroeg Aiken: ‘Weet je waarom ik deze gedaante heb aangenomen?’‘Neen,’ antwoordde ik waarheidsgetrouw. Uit de verandering van zijn intonatie merkte ik dat het gesprek een iets andere wending nam. Nauwkeurig lette ik op zijn woordkeuzes. Inmiddels was het duidelijk dat zijn woordkeuze heel belangrijk was. Niet alleen de betekenis van de woorden was belangrijk, doch ook de volgorde waarin ze werden uitgesproken.

‘Kijk, dat zal ik je uitleggen,’ zei hij, vervolgens een slokje water nemend. ‘Als ik hier was verschenen als een volwassen man, zeg uiterlijk van ongeveer jouw leeftijd, dan had je in eerste instantie totaal niets van mij aangenomen. Hetgeen komt omdat jij je terdege bewust bent van het feit dat je veel weet. Wijsheid. Maar vooral heel veel aangeleerde kennis over zeer uiteenlopende onderwerpen. Waardoor jij nogal flink uit de hoogte kunt overkomen. Let wel! Ik zeg uitdrukkelijk “kunt overkomen”. Vooral de mensen die jou niet of nauwelijks kennen, zullen je al snel nogal arrogant vinden. Je bent het weliswaar niet, maar zo kom je soms over op de mensen die jouw razendsnelle gedachten niet kunnen of willen volgen. En de dingen die jij vanuit je kennis vertelt, worden door hen veelal geïnterpreteerd als hautain. De verbanden die jij supersnel tussen allerlei, ogenschijnlijk losstaande gebeurtenissen, ziet en invoelt. Daardoor lijkt het alsof je gedachten voortdurend sprongen maken. Je bent, om het zo maar eens uit te drukken, net begonnen met het uitspreken van de eerste regel van een hoofdstuk, terwijl jouw gedachten het hoofdstuk al lang uit hebben.’ Aiken onderbrak blijkbaar zichzelf, want de toonhoogte waarop hij sprak veranderde. ‘Wat zeg ik? Het hoofdstuk uit? Eerder heb je zelfs het hele boek al uit, zo snel denk jij. Daardoor sla je wel eens stukken in je verbale communicatie over. Waar-door je voor een hele hoop mensen lastig of zelfs helemaal niet te volgen bent. Hetgeen op hen eveneens overkomt alsof je van de hak op de tak springt. Of er zelfs allerlei andere - voor hen nietszeggende - zaken bij betrekt. Omdat mensen ten onrechte vermoeden dat je dit expres doet om te laten zien hetgeen jij allemaal weet. Daarom komt dit in hun ogen ook arrogant over. Alsof jij het nodig vindt om hen te imponeren met je brede kennis en weten. Hetgeen niet zo is, omdat dit gebeurt omdat jij je daarvan volstrekt niet bewust bent.’ Ik was compleet overdonderd en hield mijn mond nu maar.

‘Welnu,’ ging hij opgewekt klinkend verder. ‘Zodra je dat echter bij de ander voelt of bemerkt, klap jij finaal dicht. Dan ben je prompt compleet van je stuk gebracht. Je voelt je dan andermaal onbegrepen. Je slaat in de meest letterlijke zin van het woord helemaal dicht. Hoofdzakelijk omdat jij hun gedachten onterecht en vooral onrechtvaardig vindt.’ Ik dwong mezelf te blijven concentreren op wat hij zei, alhoewel ik precies wist waar hij over sprak. Mijn gedachten gingen ook nu weer met mij aan de haal, merkte ik. Want ik betrapte mijzelf er op dat ik verontschuldigingen voor dit gedrag aan het bedenken was.
‘Ik zal je dat proberen uit te leggen, want je kijkt zo verbaasd en geshockeerd,’ antwoordde hij, blijkbaar naar aanleiding van mijn gezichtsuitdrukking. ‘In je onbewuste strategie dwing jij jezelf telkens opnieuw bij jezelf te rade te gaan of datgene dat die ander zegt wel juist en correct is. Je toetst daarmee hetgeen de ander zegt voortdurend aan je eigen kennis, weten en wijsheid. Daardoor zit je continu in je denken en derhalve in je verstand. En doordat je in zo’n gesprek in jouw ratio zit, raak je niet volledig bij je gevoel. Zodat het gesprek voor beide partijen geen invoelende interactie meer is. Jij denkt en ratelt maar door, terwijl die ander het niet meer kan bijbenen en er geen touw meer aan vast kan knopen. Aan de andere kant weet je, dat als je jouw gevoelens laat meespelen, jij teveel van de mensen houdt. Zo voel en ervaar je dat. Tegenwoordig nog vele malen meer dan vroeger. Je bent je dat, ergens diep in jouw bewustzijn, ook bewust. Het maakt je extreem kwetsbaar. En ook die extreme kwetsbaarheid ben jij je ergens bewust.’ Hij pauzeerde een aantal tellen. ‘En je bent er tegelijkertijd bang voor, want dat gevoel van liefde voor andere mensen is voor jou vaak zelfs de diepere bron van het onbegrepen zijn. Want net doordat je die gevoelens hebt, ben je eigenlijk tegelijkertijd ook bang om het met je gesprekspartner oneens te zijn. Jij brengt namelijk, door je eigen kennis of inzichten, heel veel begrip op voor hun standpunt. Soms zelfs meer dan op dat moment eigenlijk goed voor je is. Het is jouw advocaat van je eigen duivel. Ik tipte het zonet al even aan. En weet je? Je bent ook nog eens lekker eigenwijs. Gelukkig veelvuldig in de goede zin van het woord. Doch lang niet altijd.’ 

Hij sprak die laatste zin met een ondeugend glimlachje uit. ‘Waarmee ik bedoel dat jij niet snel van je eigen standpunt bent af te brengen. Vooral op het gebied van de aangeleerde kennis kun je nogal eens erg vasthoudend zijn. Bij jouw eigen wijsheid blijven. Soms zelfs op het koppige af. Ook al begrijp jij terdege waar het standpunt van die andere persoon vandaan komt, dan nog blijf jij vaak bij je eigen visie. Maar aan de andere kant houd je jouw ingenomen standpunten ook weer niet koste wat kost vast. Het is zeer zeker niet dogmatisch voor je. Als je begrijpt wat ik hiermee bedoel. Je bent niet echt star en vasthoudend in je standpunten en meningen. Jij ziet een verandering van mening, ingeval je een nieuwe overtuiging toegedaan wordt, als een vorm van wijsheid.’ Aiken wachtte een tel om de strekking van zijn woorden goed door te laten klinken. 

‘Gelukkig maar, eigenlijk,’ voegde hij nog toe. ‘Trouwens,’ onderbrak hij zichzelf, ‘om jou van je eigen standpunt te doen veranderen moeten anderen vaak van goeden huize komen. Doch als je eenmaal een andere mening toegedaan bent, heeft men aan jou meestal een heel goede medestander. Dan kun je dat vernieuwde of hernieuwde standpunt met veel verve en vuur verdedigen. Heel overtuigend zelfs. Dat is ook hetgeen ik zoëven bedoelde met mijn uitspraak. Dat jij weet en terdege begrepen hebt dat je eerst een leerling moet zijn voordat je überhaupt een leraar kunt worden. Het hebben van begrip is echter een intellectueel proces en geen gevoelsmatig proces. Het is denken en geen voelen. Dat geeft meteen weer twijfels en onzekerheid bij jou in je gevoelens van liefde. Je ervaart die opkomende twijfels vervolgens als een verraad aan je eigen mening. Dus als een verraad aan jezelf. Maar in werkelijkheid is het iets anders. Namelijk de onbewuste en diepe angst voor een afwijzing door die ander. Hetgeen weer tot gevolg heeft dat jij je, door je nog niet bewust geworden angst gedreven, zelf afwijst!’

Alhoewel ik ergens diep van binnen terdege wist waar hij over sprak, had ik moeite om zijn uitleg te volgen. Het klonk ook zo ingewikkeld. Zo psychiaterachtig. 
Ik was sprakeloos. Overdonderd. Zijn woorden klonken hier en daar zelfs als abracadabra. Alsof hij een soort geheimtaal sprak welke niet, of alleen door ingewijden, te volgen was. Doch dat kon me momenteel totaal niets bommen. Ergens, diep van binnen, voelde ik me grandioos. Zijn beschouwing over mij - of was het weten? - was, voor zover ikzelf kon beoordelen tenminste, volkomen correct. Zijn opmerkingen beschouwde ik daarom toch als één groot compliment. Ik voelde dat ik bloosde van opwinding. Als een kind in een snoepwinkel. Eindelijk voelde ik me werkelijk begrepen. Op een heel diep niveau begrepen. Vooral zijn typering over mijn eigen twijfels deden me veel deugd. Het was inderdaad zo. Net dat twijfelen aan mijn eigen waarheden, brachten mij vaak schuldgevoelens. Over mijzelf. Dan voelde ik mij daar schuldig over, jegens het vermeende verraad aan mijzelf. Omdat ik, ergens op een diep bewust niveau, veronderstelde dat ik mijzelf telkens opnieuw verraadde. En mijzelf daardoor niet serieus genoeg nam. Enkel en alleen omdat ik de visie van iemand anders eveneens begreep en met verve kon verdedigen. Hetgeen Aiken zonet gezegd had, voelde alsof er een oude schuld van mijn schouders gleed. Het deed me veel deugd. Werkelijk, ik voelde me vereerd en begrepen. Een zacht en schor uitgesproken “Dank je.” was alles dat ik nog kon uitbrengen voordat hij het gesprek vervolgde. Blijkbaar keek hij toch in mijn gedachten mee, want zonder dat ik verder één woord gezegd had, reageerde hij.

‘Ik zal het even iets anders verwoorden, dan wordt het misschien iets duidelijker. Het- begrip dat jij voor andermans standpunt inneemt, voelt voor jou soms als een onbewuste angst voor onbegrip voor je eigen gezichtspunt. Een projectie dus. En het is tevens een spiegeling door de ander. Hetgeen jij als het onbewuste verraad aan jezelf ervaart! En precies daar-door ga je in je gedachten in de ver-dediging. Jezelf voortdurend heen en weer slingerend tussen beide standpunten.’ Het klonk nog steeds erg ingewikkeld. Zo goed en zo kwaad mogelijk trachtte ik hem in zijn uitleg te volgen. Mijn concentratie nam plotseling duidelijk toe, waardoor hij opeens veel beter te volgen werd. Begrijpen deed ik het nog niet helemaal, maar ik luisterde nauwgezet en met veel meer concentratie. Onverklaarbaar.

‘Jij verwoordt’ vervolgde Aiken, ‘je eigen standpunt meestal heel resoluut, waarbij een ander het onterechte gevoel krijgt dat jij geen enkele tegenspraak duldt. Dit allemaal doe je echter volkomen onbewust bij de meeste volwassen mensen. Mannen en vrouwen. 
Dus ook als een vrouw, jonger of ouder dan jou, had ik momenteel niet kunnen komen. Mede gezien jouw huidige situatie als alleenstaande man. Want bij vrouwen - op slechts enkele na - zit je meestal ook in je denken. Je bent je er namelijk voortdurend van bewust dat je anders misschien gevoelens van man-vrouw-liefde voor die vrouw zou kunnen ontwikkelen. Dat wil je momenteel zeer beslist niet. Je weet heel goed waarom, want dat is al een poos zo. Die situatie is echter een belangrijke les voor jou en voor nog een aantal personen in jouw omgeving. Uit jouw verleden. Daar wil ik momenteel niet op ingaan, omdat het een les is die nog steeds niet volledig geleerd en begrepen is. Maar geloof me. Het zal voor iedereen nog wel duidelijk worden. Ook voor jou!’

Wederom ervoer ik zijn woorden als abracadabra. Misschien zou het wel duidelijk worden wat hij precies bedoelde. Zoals hij al aangeduid had. ‘Maar goed. Ook ten opzichte van vrouwen heb jij dus een onbewuste angst voor onbegrip en afwijzing!’ Aiken wachtte opnieuw enkele tellen. ‘Nu heb ik, door als een jonge jongen te komen geappelleerd aan je gevoel. Je laat je verdedigingsstrategie, waar ik zonet over sprak, thuis. Want wat is er nu bedreigend aan een kind? Je had heel vroeger vaak de neiging om kinderen volkomen te onderschatten.’ Aiken dacht even na. ‘Denk maar eens terug aan die schaakpartij, jaren geleden. Bij de schaakclub. Jij werd toen compleet van het bord geveegd door een zeer jonge knul. In slechts enkele zetten. Daar heb je toen veel van geleerd. Vooral om kinderen niet meer te onderschatten.’ Hij werd steeds beter te volgen, merkte ik. ‘Door dat soort gebeurtenissen,’ vervolgde hij, ‘en door je frequente omgang met nog jonge kinderen, niet alleen jouw eigen kinderen, ben je veel meer in contact gekomen met jouw eigen innerlijke kind. Jij staat tegenwoordig ten opzichte van kinderen en jongeren veel meer op één lijn. Gelijkwaardiger en respectvoller. Je bent vandaag de dag veel opener naar jezelf, en net daardoor liefdevoller. Vooral als je met kinderen omgaat en praat. Gevoeliger ook, omdat het kan en mag. Een kind is namelijk niet bedreigend voor je onbewuste niveau. Je laat daardoor het kind in jezelf aan het woord. Je hoeft dan niet zo nodig de grote verstandige volwassene uit te hangen, zoals zoveel van je medemensen op jullie wereld doen. Daarom voel je jezelf veiliger bij kinderen. Wijlen je vader had overigens precies hetzelfde. Ook hij kon uitstekend met kinderen overweg. En om precies diezelfde redenen. Je gaat als het ware naar het niveau van dat kind toe. Simpel gezegd, ga je door je knieën als je tot een kind spreekt. Herinner je jouw eigen fysieke gedrag maar. Want je wilt het kind tegemoet komen en ontmoeten op zijn eigen niveau,’ verduidelijkte hij nog.

Deze laatste opmerkingen hoorde ik nog maar half. Mijn gedachten voelden opeens gespleten. Althans zo ervoer ik het. Een deel daarvan was namelijk niet meer bij het gesprek maar plots volstrekt ergens anders. Alhoewel het eerste deel van mijn brein zich volkomen realiseerde dat hij gelijk had. Dat ik inderdaad door mijn knieën ging als ik tot een kind sprak. 
Maar het andere gedeelte van mijn gedachten ging wild te keer. Ze tolden als bezeten. Het was net of er een grote alarmbel in mijn hoofd rinkelde. Beng, beng, beng. Ik moest reageren maar wist niet direct waarom of waarop. Opeens had ik het.‘Ho even. Stop!’ onderbrak ik hem opgewonden. ‘Wat bedoel je met die opmerking over mijn vader? Wil je daarmee zeggen dat je mijn vader hebt gekend?’ ‘Ja. Natuurlijk. Wat dacht jij dan? Oh. Het is me compleet ontschoten je dat te vertellen.’ Aiken zonk een moment in gedachten alvorens verder te spreken. ‘Even ter verduidelijking: al sedert vele eeuwen gids ik bepaalde incarnaties van jou. Maar ik ben niet jouw hoofd-geleidegids. 

Hoofd-geleidegids
Die taak heeft een vriendelijke oude dame. Uiteraard werk ik wel nauw met haar samen. Maar laat me even uitleggen wat ik doe. Mijn specifieke taak is het om, bij al die verschillende zielen die ik begeleid, zoveel mogelijk de bewustwording en communicatie te bevorderen. Op alle mogelijke facetten. Zoals je terecht hieruit kunt concluderen, zijn er vele soorten geleidegidsen werkzaam met elk zijn eigen en kenmerkende taakgebied. En dat is ook zo. Sommige gidsen, waaronder ik, begeleiden dezelfde ziel doorheen een aantal incarnaties, totdat hun taak is volbracht. Anderen fungeren als hoofd-geleidegids voor een op aarde levende persoon gedurende één, enkele of soms zelfs zeer vele incarnaties van deze ziel. Weer anderen voeren zeer nadrukkelijke taken uit, zoals het zorgen voor uitzonderlijke en zeer specifieke ervaringen ten behoeve van de persoon die zij eventjes mogen begeleiden.’ Hoogst interessant waar hij over sprak. Zo werd een hoop duidelijk.

Uitleg begeleiding
‘Ik zal eerst’ vervolgde hij, ‘uitleggen wie ik momenteel begeleid, want dat is voor jou van belang. Ik begeleid jou nu al een langere tijd in je eigen proces van bewustwording. 
Enkele incarnaties al. Maar ook jouw zoon begeleid ik af en toe in zijn proces. En ook je opa van je vaders kant heb ik enkele tientallen jaren mogen begeleiden. Je vader heb ik slechts zeer tijdelijk in dat proces mogen gidsen. Op een bepaald moment werden mijn taken door iemand anders overgenomen omdat de combinatie van gebeurtenissen vanuit zijn eigen vrije wil aangestuurd, niet meer op mijn terrein lagen. Soms begeleid ik hem in de tussenfase waar hij nu verkeert, voor een korte tijd. Net zo lang totdat hij bepaalde inzichten in zijn eigen bewustwording heeft verkregen. Verder mag ik je over hem niets vertellen. Begrijp je?’ ‘Mag ik’ vroeg ik bevestigend knikkend, ‘hieruit concluderen dat jij hoofdzakelijk bij de mannen binnen onze familie werkzaam bent? Want je sprak over mannelijke familieleden waar je blijkbaar regelmatig een geleidegids voor bent.’‘Die conclusie is niet geheel juist,’ antwoordde Aiken cryptisch. ‘Dat is typisch een voorbeeld van het denken van jullie mensenkinderen. Denken in relaties van uitsluitend één op één. Ik sprak alleen over jouw familie omdat jij de leden daarvan kent of gekend hebt. Wij gidsen vanuit de meesterlijke broederschap, zoals jullie aardkinderen ons vaak noemen, kunnen tegelijkertijd op zeer vele plaatsen zijn. 

Dus kunnen we dienovereenkomstig meerdere mensen tegelijkertijd bereiken. Je zou werkelijk versteld staan van de wonderbaarlijke mogelijkheden die wij vanuit de geestelijke wereld tot onze beschikking hebben. Ik begeleid vele, zeer vele verschillende mensen op deze aarde volstrekt gelijktijdig. Elke mens die ik begeleid heeft uiteraard zijn eigen niveau van ontwikkeling in het proces van bewustwording en communicatie. Bovendien ervaart elk ervan mij, alsof ik exclusief voor hem op zijn eigen en specifieke niveau aanwezig ben. Als zij me kunnen ervaren, tenminste. Je hebt echter wel gelijk als je zegt dat ik uitsluitend mannen begeleid. Dat deel van je conclusie is inderdaad correct. Dat weer, heeft te maken met de hoeveelheid vrouwelijke ontvankelijkheid. Zeg maar de tot ontwikkeling gebrachte vrouwelijke energieën. Want het zijn vrouwelijke energieën, die ik de mannen die ik begeleid, mag laten ontwikkelen en invoelen. Want zoals je weet, heeft elk op jullie aarde levende mens, zowel mannelijke alsook vrouwelijke energieën in zichzelf en ook mannelijke en vrouwelijke geestkrachten om zich heen. De uiteindelijke bedoeling is dat al deze tegengestelde krachten een evenwicht gaan bereiken. Zodat die energieën en krachten samen gaan werken, in plaats van, zoals nu helaas vaak, tegen elkaar.’
 
Na een tel vervolgde hij: ‘Want mijn specifieke werkterrein is eveneens het ontwikkelen van vrouwelijkheid bij mannen, althans het verzorgende en vooral het ontvankelijke, intuïtieve deel van die vrouwelijke energieën, en de ontwik-keling van bewustwording en communicatie. In de breedste zin van het woord. Doch de communicatie vooral en in de eerste plaats van deze persoon met zichzelf. Vandaar dat die ontvankelijkheid en intuïtieve sturing zo belangrijk is. Het leren luisteren naar jezelf en het liefdevol daarop reageren, met als uiteindelijke doel het hogere bewust-worden. Om goed naar je zelf te kunnen luisteren, dien je veel vrouwelijke ontvan-kelijkheid en gevoeligheid te bezitten. Zonder je helemaal gek te laten maken door de veelal storende invloeden van buiten jezelf. Is het nu een beetje duidelijker voor je?’
‘Ja. Alhoewel ik dat heel moeilijk te begrijpen vind. Maar vertel eens,’ vroeg ik opgewonden over zoveel belangwekkende informatie, ‘is het altijd zo dat een bepaalde geleidegids uitsluitend ten behoeve van bepaalde taken begeleidt? Hoe zit het bijvoorbeeld met mijn zussen. Of met mijn broer? Kun je me daar iets naders over vertellen, als dat mag?’ Ik struikelde bijkans opnieuw over mijn eigen woorden. Zoveel wilde ik eigenlijk tegelijkertijd vragen. ‘Ja, dat mag. Gedeeltelijk althans. Daar-over kan ik je vertellen dat jouw broer andere geleidegidsen heeft. Hij heeft een ander pad te volgen. 
Andere taken te volbrengen en bijgevolg ook andere lessen te leren. Zodat hij mogelijk de inzichten verwerft die bij zijn eigen keuze in levenslessen horen. Daarom begeleid ik hem in dit leven ook niet. Dat doet een andere geleidegids. Meerdere zelfs, net zoals bij jou en bij de meeste van jullie mensenkinderen meerdere geleidegidsen tegelijkertijd aanwezig zijn. Alhoewel er vele parallellen met jou zijn, onder andere de biologische afkomst, is je broers pad volkomen anders. Niet beter en niet slechter. Enkel anders. Dat dien je goed te beseffen.’ Hij keek mij nadenkend aan. ‘En bij jouw zussen,’ vervolgde hij, ‘zijn bijgevolg weer andere intelligenties aanwezig. Ook bij hen beide zijn meerdere geleidegidsen aanwezig. Wederom omdat hun beider pad anders is.’ Hij zweeg even. Snel overdacht ik zijn woorden. Een vraag brandde op mijn lippen, doch ik wist niet of ik zoveel aan hem kon vragen. Maar goed, mijn oude vertrouwde zegswijze “nee heb je, ja kun je krijgen” volgend, stelde ik ze toch maar. 

Meerdere lichtwezens, geleidegidsen, overleden familieleden
‘Hoe zit het dan met overleden familie. Vaak hoor ik op spirituele bijeenkomsten dat het een of andere overleden familielid bij een persoon aanwezig is. Hoe zit dat precies? Kun je dat eens uitleggen, als het mag?’ ‘Ja, natuurlijk kan ik je dit uitleggen.’ begon hij. ‘Het is inderdaad juist om zoveel mogelijk te vragen, omdat je uitsluitend door te vragen tot het weten kunt komen.’ Ik knikte opnieuw beamend en luisterde. Het gaf mij een geruststellend gevoel dat ik mocht vragen wat ik wilde.‘Je hebt begrepen dat meerdere lichtwezens of geleidegidsen bij jullie mensen kunnen zijn. Ook overleden familieleden zijn vaak bij jullie mensen aanwezig. Uiteraard is het zo, dat overleden familieleden vaak tijdelijke geleidegidsen kunnen zijn voor diegene die nog stoffelijk zijn. Voor zover deze overledenen nog niet gereïncarneerd zijn, natuurlijk. Je lang geleden overleden broertje Lauri is dientengevolge soms bij jou of je broer of zussen. Meestal echter bij je oudste zus. Die twee hebben namelijk een heel speciale band. Maar hij zal zeer binnenkort opnieuw incarneren. Zijn taak en lessen in de geest zitten er weer op en hij wil graag opnieuw incarneren. Hij wacht enkel nog op een geschikt ouderpaar om aan zijn eigen karma en lessen te kunnen werken. Overigens zul je het woordje “binnenkort” op een andere manier dienen te interpreteren dan bij jullie op aarde gebruikelijk is. Binnen de geestelijke wereld bestaat namelijk geen tijd. Daarom zou het binnen-kort dat ik bedoelde, bij jullie op aarde gemakkelijk meerdere tientallen jaren kunnen betekenen. Onthoud dat alsjeblieft,’ verduidelijkte Aiken.

‘Overleden familieleden’ vervolgde hij, ‘zijn regelmatig bij ieder van jullie mensen te vinden om van jullie bepaalde inzichten te leren. Sommigen van hen vaker of langduriger dan anderen. Of met meerdere tegelijkertijd. Het is natuurlijk en normaal dat overleden familieleden vaak bij jullie zijn om te kijken hoe jullie met bepaalde zaken omgaan. Zij leren dan van jullie omdat zij in de tussenfase ook voortdurend tot nieuwe of hernieuwde inzichten mogen komen. Zoals je inmiddels weet bestaat er geen enkel onderscheid tussen een leraar en zijn leerling. Derhalve ook niet in de geest. Jullie zijn dan hun geleidegidsen, als het ware. Of jij je er van bewust bent dat je op dat moment een gids voor anderen bent, doet overigens niet zoveel ter zake. 
Een moeder is zich op jullie aarde ook niet steeds en voortdurend bewust van haar voortdurende voorbeeldfunctie voor haar kind. Je onderwijst immers wat je leeft en niet datgene wat je zegt of preekt. Helaas vergeten veel ouders dit simpele gegeven van hun voorbeeldfunctie, zou ik zeggen. Maar daar zullen we nog uitgebreid over komen te praten. 
Overleden ouders of grootouders zijn - als geestelijke begeleider - heel vaak bij mensen uit dezelfde familie te vinden. 
Als leraar of leerling, zoals je inmiddels wellicht begrepen hebt. Hetgeen onder andere komt omdat zij zoveel in jullie huidige persoonlijkheden herkennen als een deel van zichzelf. Jullie mensenkinderen zijn namelijk meestal niet alleen de dragers van hun aardse genen, doch ook door hen geliefd. Bovendien willen zij jullie, vanuit die liefde aangestuurd, uiteraard in nauwe samenwerking met jullie hoofd-geleidegidsen, helpen niet die vergissingen te maken waarvan zij zich inmiddels bewust zijn geworden. Maar zij leren logischerwijze ook veel van jullie. Omdat jullie veelal heel anders kunnen omgaan met de problemen die zijzelf in hun aardse leven evenzeer zijn tegengekomen. Al is het alleen al door jullie alomtegenwoordige technologische hulpmiddelen. Die hadden zij in hun leven immers niet tot hun beschikking. Er zijn,’ voegde hij toe, ‘vele wegen die naar Rome leiden, zogezegd. Dus ook vele manieren om uiteindelijk de benodigde inzichten te mogen verwerven.’ Hij zweeg eventjes en keek peinzend. ‘Dat overledenen uitsluitend gidsen voor nog levende familieleden - zoals zoveel mediums beweren - is dus, zoals je nu zult begrijpen, niet het complete verhaal,’ verduidelijkte Aiken nog.

‘Hoe zit dat dan met wat men noemt “hoofd-geleidegidsen”?’
‘Hoofd-geleidegidsen, zoals jullie ze noemen, zijn dikwijls zeer oude intelligenties die meestal reeds vele eeuwen lang bij één en dezelfde geest werkzaam zijn. Dus bij een aantal opeenvolgende incarnaties en in de tussenliggende tussenfases zijn zij bij die ene ziel en geest aanwezig. Hun taak is het de groei van die geest zoveel mogelijk te stimuleren door die geest te laten ervaren. In de ruimste zin van het woord bedoel ik, dus met allerlei verschillende ervaringen. Zowel gedurende de tijd dat deze geest “in carna” is, als in de tussenfase. Ik zei het zonet al. De tussenfase is voor jullie aardse wezens de meest gebruikelijke uitdrukking om de periode tussen twee verschillende incarnaties aan te geven. Dan worden jullie zielen uiteraard ook gegidst. Je wordt nooit in de steek gelaten. Je bent dus nooit en te nimmer helemaal alleen. Zoals je nu ongetwijfeld begrepen hebt.’ ‘Dus mensen, ik bedoel geesten of zielen die geïncarneerd zijn, eh... op aarde leven, hebben als mogelijke geleidegids hun hoofd-geleidegidsen en overleden familieleden. Zie ik dit juist?’ ‘Dat klopt, maar het zijn niet de enige geleidegidsen voor een ervaringsgeest. Allerhande lichtwezens kunnen tijdelijk voor een geest een geleide- of beschermgids zijn.

Engelen
Engelen zijn een welbekend voorbeeld van die andere lichtwezens. Elk menselijk op aarde levend wezen heeft voortdurend één of meerdere Engelen om zich heen. Heel vaak fungeert die Engel uitsluitend als een beschermgids. Er zijn nog zeer veel andere soorten lichtwezens die op verzoek ook tijdelijk gidsen. Zeg maar voor de oplossing van een heel specifiek probleem. Of om een specifieke gebeurtenis mogelijk te maken zodat een bepaalde levensles geleerd kan worden. Waaruit een inzicht en verdere persoonlijke groei en bewustwording volgt. Dat verzoek kan van een stoffelijke persoon komen of van een andere geleidegids. Er is geen enkel onderscheid daarin. Althans niet voor de tijdelijke gids die het verzoek uitvoert. Aan een verzoek wordt altijd zoveel mogelijk gehoor gegeven. Alhoewel er een paar heel duidelijke restricties aan verbonden zijn.’ Aiken sprak rustig, zich niets aantrekkend van mijn kennelijke eerdere spanning. Doch ik voelde tegelijkertijd dat mijn aanvan-kelijke opwinding langzaam wegebde. Ze maakte plaats voor de rust van het uiteindelijke weten. Als de definitieve bevestiging van reeds lang sluimerende onderbewuste vermoedens. Alsof ik alle informatie opzoog als een spons. ‘Waarom? Waarom is dat zo?’ vroeg ik. Er was zoveel te vragen. Zoveel kennis op te doen! ‘Kun je dat eens vertellen?’ 
Opnieuw had ik moeite om mijn gedachten niet sneller te laten gaan dan mijn woorden uit mijn mond konden komen. ‘Hoe richt je bijvoorbeeld, als stoffelijk persoon een verzoek tot een gids? En tot wie moet je dat überhaupt richten? Ik bedoel, hoe weet ik welke geleidegids ik nodig heb voor hulp, of voor de oplossing van een bepaald probleem?’
‘Welnu, dat is allemaal heel eenvoudig uit te leggen, alhoewel ik de zaken nu bewust even sterk simplificeer... Elke gedachte, elke uitgesproken vraag of wens is feitelijk een verzoek tot elke geleidegids die op dat moment beschikbaar is. Een “vrije” geleidegids weet dan intuïtief dat het verzoek tot hem gericht wordt. Omdat precies dit verzoek zijn hoogsteigen specialiteit is, bijvoorbeeld. Maar om meer redenen weet hij dat dit verzoek tot hem gericht is. Dat doet niet zoveel ter zake, momenteel. Dat verzoek wordt verwezenlijkt. Tenminste... Als het dienstig en liefdevol is voor alle betrokkenen. En... Heel belangrijk: als het wordt toegestaan door de reguliere begeleidende gidsen. Zeg maar de hoofd-geleidegids van elke betrokkene. Maarten, even ter verduidelijking,’ Aikens stem daalde enkele tonen, ‘er bestaat geen enkele ordening of klassenverdeling binnen ons geleidegidsen en lichtwezens. Geen enkele hiërarchie. Althans niet zoals jullie deze volgens jullie aardse normen in zouden delen. Niemand is hier de absolute baas over een ander. Iedereen is immers volstrekt gelijkwaardig. Hooguit is de taak anders, waardoor de bevoegdheden en mogelijkheden ook anders zijn. Dat geldt zeer zeker hier. Zo boven, zo beneden; zo beneden, zo boven. Alleen hebben jullie op aarde deze inzichten over volstrekte gelijkwaardigheid nog lang niet volledig tot uitdrukking gebracht in al jullie handelen. De geestelijke wezens die jullie van een hogere orde zouden noemen, hebben slechts veel meer verworven inzichten en derhalve een veel grotere staat van Onvoorwaardelijke Liefde bereikt. En daardoor weer hebben zij andere taken gekregen. Dus hebben zij ook andere bevoegdheden, waaruit de andere mogelijkheden als vanzelf volgen. Een voorbeeld van zo’n hoge orde is hetgeen jullie de Broederschap noemen. 

De Broederschap
De Broederschap van de Witte Broeders en Zusters, waartoe ik ook behoor. Die benaming hebben jullie aardekinderen aan ons gegeven, omdat wij ons meestal aan jullie mensen manifesteren in een lang, stralend wit gewaad. Dat gewaad lijkt een beetje op een pij zoals in een aardse kloosterorde gebruikelijk is.  Maar wij zijn geen broeders of zusters in de aardse betekenis van het woord. Wij behoren niet tot een geloofscongregatie of religie zoals jullie die op aarde kennen. Maar onder ons zijn wel meerdere intelligenties aanwezig, welke afkomstig zijn vanuit een aardse congregatie. Een andere hoge orde zijn de lichtwezens die jullie Engelen noemen. Ook daarvan zijn er vele op jullie aarde werkzaam. Zowel geestelijk alsook lichamelijk.’ Hij wachtte opnieuw even voordat hij verder sprak. Zijn uitleg over de geestelijke wezens was verhelderend. Alhoewel ze tegelijk ook vele vragen opriep. ‘Maar nogmaals, de normale begeleidende hoofd-geleidegids heeft altijd het laatste woord. Dat is hun bevoegdheid ook, omdat zij anders hun taak niet naar behoren zouden kunnen volbrengen. Zij kennen de geest die zij begeleiden immers van haver tot gort, om het zo maar eens te zeggen. Zij kennen die betreffende persoon veel beter dan dat hij zich zelve kent. Zij kennen namelijk het levenspad en de levensdoelstellingen van die betreffende incarnatie. Dit is puur voor de bescherming van het principe van de vrije wil.’ Aiken onderbrak zichzelf wederom. 

Vrije wil
Althans zo klonk het. ‘Dat principe van de vrije wil is overigens een universele wet voor alle levende wezens. Hiermee wordt voorkomen dat jij, vanuit jouw eigen ego aangestuurd, iets wilt waar je in feite in de momentane periode van dat leven nog niet aan toe bent. 
Of geeneens op het pad van die betreffende incarnatie thuis hoort! Of, en dat gebeurt het meest, om-dat jij de werkelijke gevolgen voor alle betrokkenen totaal niet kunt overzien. Mogelijk is het zelfs dat jij met je verzoek tegen de vrije wil van andere stoffelijke personen, op zielsniveau, zou in-gaan. Daar werken wij geleide-gidsen uiteraard ook niet aan mee. We laten ons niet voor een karretje spannen dat jij in jouw stoffelijke wereld en realiteit niet zelf wil trekken. Of waar jijzelf helemaal niets van leert. Of niet van groeit in je eigen en persoonlijke ontwikkeling als een spiritueel wezen. Hetgeen namelijk eveneens is wat jij bent. In eerste instantie vooral bent. Maar dat moge duidelijk zijn.’ Ja, duidelijk was het wel. Nog nooit had ik het op die manier bekeken. Waarom zou ik ook? Er was immers nog nooit iemand geweest die me dat verteld had. Nu begreep ik ook waarom soms mensen op een, voor henzelf onverklaarbare manier, reageren. Ze zijn soms niet toe aan iets, of ze moeten iets doen om in de toekomst van te kunnen leren. Aiken ging zacht sprekend verder met zijn uitleg.

‘Overigens werkt de Goddelijkheid altijd vooruit,’ sprak hij cryptisch. ‘Een antwoord wordt meestal gegeven, voordat de vraag gesteld wordt. Het antwoord roept namelijk veelal de vraag op. En je mag vertrouwen hebben. Het antwoord zal altijd tot je komen. Je zult het antwoord weten in relatie tot het nodige inzicht waar je op dat moment aan toe bent. Echt, je zult het antwoord ontvangen en weten. Ook daar mag je op vertrouwen. Echter, je zou het antwoord mogen leren begrijpen met je gevoel, en niet met je denken. Je denken is meestentijds totaal niet dienstig voor je. Maar daar komen we in latere gesprekken nog op. Dan zul je dat begrijpen.’ Uit zijn manier van spreken, klonk het belang van hetgeen hij zonet gezegd had. Alhoewel ik dit belang nu totaal niet begreep. Zijn uitspraak leek volledig uit de context gerukt te zijn.

‘Welnu. Dat klinkt misschien tegen-strijdig met jullie aardse begrip van vrije wil, maar zo is het beslist niet. Straks, na enkele gesprekken, begrijp je het beter. Als je weet hebt over de ziel en haar opdrachten voor de komende incarnatie. Je eerste wil, afkomstig van je eigen ziel, is immers om te reïncarneren voor het opdoen van fysieke ervaringen. Om aldus de nodige inzichten en groei te kunnen verkrijgen. En die betreffende inzichten krijg je uitsluitend door fysiek te ervaren. Richt je derhalve altijd, als je een verzoek hebt voor hulp voor jezelf of voordat je hulp aan iemand anders geeft, rechtstreeks tot je hoogste geleidegidsen of tot jouw Godheid. In ieder geval tot het hoogste dat jij kent. Op deze manier blijf je zuiver! Vraag de benodigde hulp altijd aan je hoogste geleidegids. Meestentijds doe je dit al, maar soms vergeet je het. Tot nu toe heb ik dat verzoek telkens voor je aangevuld. Maar dat blijf ik niet doen. Je bent immers geen kind meer. Vergeet dat vanaf nu dan ook alsjeblieft niet meer.’ Zijn stem klonk bij deze laatste zinnen vermanend. 

Onwetende geesten
‘Als je dat namelijk niet doet, dan zijn er altijd wel onwetende geesten in de tussenfase te vinden, die van een ontstane situatie misbruik willen maken. Zij willen dan gaan gidsen, terwijl zij daar beslist nog niet aan toe zijn. Zij, die onwetende geesten bedoel ik, zijn daar nog lang niet rijp voor, omdat het hun aan het noodzakelijke hogere inzicht ontbreekt. Kwaad-aardigheid voortkomend uit onwetendheid komt ook hier in de geestenwereld veelvuldig voor! Niet alleen op jullie aarde. Deze arme zielen luisterden in hun eigen aardse leven al absoluut niet naar hetgeen wij, geleidegidsen, hen intuïtief ingaven. Je zou het kunnen uitdrukken als dat zij totaal niet naar zichzelf luisterden. Zij kenden God noch gebod, en bleven derhalve stokdoof voor enige intuïtieve sturing. 
Nu, na hun overgang zijn ze vaak nog niet eens tot de meest essentiële inzichten gekomen. Zelfs zijn ze soms nog niet eens naar het licht gegaan waar ze de betreffende en noodzakelijke inzichten mogen ontvangen. Ze zijn dan als het ware gaan ronddolen op de aarde. Omdat zij bijvoorbeeld hechten aan hun toevallige woonplaats op aarde. Of omdat zij moeilijk afscheid kunnen nemen van hun vrienden of geliefden wellicht. Of van hun lichaam. Mogelijk zelfs omdat zij absoluut niet beseffen dat zij inmiddels overleden zijn. Kortom. De redenen waarom geesten gaan dolen en dwalen kunnen legio zijn. Derhalve mogen deze dolende geesten ook absoluut niet gidsen.’ Wederom wachtte Aiken een tel. Hij wist beslist hoe je een spannend verhaal nog spannender kon maken. Want net door deze onderbreking voelde ik de spanning opnieuw oplopen. En daardoor nam mijn concentratie toe, bemerkte ik eveneens.

‘Welnu, soms doen ze dat gidsen toch. Stiekem. Ze haken dan vast aan de aura van een levende persoon die op dat moment eventjes onvoldoende beschermd is. Mogelijk is die bescherming door toedoen van henzelf of door toedoen van anderen teniet gedaan. Misschien ook omdat die persoon waar ze aan hechten, op dat moment een lichamelijke ziekte heeft. Of dat deze persoon mag gaan leren het onderscheid te maken. Hoe het ook zij. Deze aanhakende geesten moeten de energie die zij nodig hebben toch ergens vandaan halen! En deze dolende geesten, auralifters of hoe jullie hen ook willen noemen, laten die mensen op die manier soms zogenaamd “Goddelijke stemmen” in hun hoofd horen. Zij geven die mensenkinderen op deze manier de illusie dat ze een directe lijn met de geestenwereld of met God hebben. Aldus manipuleren zij die persoon en misleiden hem of haar. 
Deze dolende zielen gaat het vaak puur om de machtsuitoefening over die persoon. En willen hem of haar iets laten doen om hun eigen nog sterk aanwezige emoties te bevredigen. Bijvoorbeeld voor de uitvoering van wraak. Soms, vooral als zij met meerdere geesten tegelijk in de aura van een aardse persoon zijn, veroorzaken zij symptomen die bij jullie als een multiple-persoonlijkheidstoornis bekend staan. Jullie, veel te academisch gerichte psychiatrie is zich meestal van deze geestelijke mogelijkheden onvoldoende bewust. Of van deze geestelijke oorzaken onvoldoende bewust. Doch de oorzaak van deze onwetendheid ligt binnen die psychiatrie en hun opleiding verscholen. Het heeft,’ voegde hij veelbetekenend toe, ‘onder andere, te maken met hun eigen gelijk. We komen er nog op.’ Begrijpend knikte ik met mijn hoofd.

‘Welnu,’ ging hij verder, ‘zo zijn nog een aantal verscheidene ontlichaamde entiteiten die om diverse andere redenen niet mogen gidsen. Als deze dwalende geesten echter door onwetendheid of anderszins een kans krijgen, is het leed soms echt niet te overzien. Maar ook dit onderwerp komt nog uitgebreid ter sprake als we gaan praten over zwarte magie. Later. Doch eerst mag je andere inzichten ontvangen. We dienen stapje voor stapje te gaan, anders begrijp je de onderlinge verbanden te weinig. Nogmaals onthoud dit universele principe maar, alsjeblieft: zo boven, zo beneden; zo beneden, zo boven. Kwaadaardigheid en boosaardigheid, beide als een voortvloeisel vanuit de onwetendheid, dwaling of gebrek aan voldoend hoge inzichten, het komt niet alleen in jullie fysieke wereld voor. Ook in de geestelijke wereld komt dit zeer veelvuldig voor. Doch ongetwijfeld was je al tot deze conclusie gekomen.’Zo, zo. Ongelofelijk! Ik had nooit kunnen bevroeden dat zoiets dergelijks mogelijk was. Ik werd er stil van. Intussen praatte Aiken verder. ‘Jullie bidden in jullie “Onze Vader” wel over “Uw wil geschiedde”. Maar feitelijk is het zo: net omdat we allen één met God zijn, zijn we zelf ook Goddelijk. Ergo, jij bent ook Goddelijk. Alleen, jij bent je van die Goddelijkheid niet altijd even bewust. 
Hetgeen echter niets meer of minder betekent dat ook jouw eigen Goddelijke wil zal geschieden als je met een gedachte, een woord of een daad een verzoek indient. Daarom wordt elk verzoek hoe dan ook ingewilligd. Met als enige restricties die welke ik voorheen genoemd heb. De benodigde instemming van je hoofd-geleidegids,’ verduidelijkt hij nogmaals. ‘Ik weet dat je gelijk hebt,’ antwoordde ik, ‘maar het is heel moeilijk om voortdurend daaraan te denken. Het leven van alledag vergt al heel veel energie en concentratie. Daarom vergeet ik soms wel eens aan de juiste dingen te denken.’

Ik zag dat zijn glas inmiddels leeg was. Daarom stond ik op en vulde in de keuken zijn en mijn glas met vers water. Aiken was blijkbaar ook opgestaan om zijn benen even te strekken want ik hoorde hem rondlopen. ‘Wie denk jij dat jou geïnspireerd heeft om deze boeken te kopen?’ vroeg hij toen ik terug uit de keuken kwam. Hij stond vlakbij de schouw, wijzend naar de boeken die hij voorheen al kort aandachtig bekeken had. Ik begreep dat we op een ander onderwerp over gingen. Het gaf mij wat meer ruimte. Eigenlijk wist ik het antwoord op zijn vraag al. Maar toch antwoordde ik vragend “Jij?” terwijl ik de beide glazen op tafel zette. ‘Inderdaad ja. Om je op het hellende vlak van een deel van je vaste overtuigingen te krijgen. Straks zul je begrijpen wat ik hiermee bedoel. Jullie hele wereldbeeld is voor jullie mensenkinderen een volstrekt logisch beeld. Doch ik wil, net als hij overigens,’ en hierbij wees hij naar de boeken op de schouw, ‘jullie laten inzien dat de basis van dit beeld niet correct is. Jullie hele menselijke wereldbeeld en jullie logica is opgebouwd rond een aantal onjuiste voorveronderstellingen. Jullie menselijke wereldbeeld is gebaseerd op een aantal incorrecte uitgangspunten. Daarom dat we in de komende gesprekken telkens naar die onjuiste basis van jullie aardse en menselijke logica terugkeren. Zodat jullie uiteindelijk misschien kunnen gaan inzien en vooral begrijpen waarop jullie je hele wereldbeeld gebouwd hebben. In de meest letterlijke zin van het woord “gebouwd” bedoel ik dit. Waar dus al jullie feitelijke handelen uit ontsproten is.’

Aiken nam weer plaats in “zijn” stoel. Ik was inmiddels ook gaan zitten. En luisterde naar zijn uitleg. ‘Het is dezelfde basis namelijk, waarop tevens al jullie angsten gebaseerd zijn. Zodoende krijgen jullie dan mogelijk het noodzakelijke inzicht dat jullie nu nog steeds helaas ontberen. Als jullie dit voldoende gaan begrijpen zal een kentering in jullie menselijke denken en handelen kunnen plaatsvinden. Een hoogstnoodzakelijke ommezwaai in het trio denken, zeggen en handelen. Zowel voor jullie als collectieve mensheid, alsmede voor ieder van jullie mensenkinderen persoonlijk. Waardoor een omwenteling in ieders zelfbeeld en het beeld dat jullie van alle andere mensen hebben, zal kunnen ontstaan. Misschien dat die daaruit volgende kentering in jullie denken uiteindelijk voldoende groot is, om in jullie collectieve bewustzijn te kunnen groeien. Zodat jullie een verhoging in jullie staat van bewust-worden-in-het-zijn kunnen bewerkstelligen. Waardoor jullie jezelf vervolgens de gelegenheid kunt bieden om in het vervolg volstrekt anders te gaan kiezen. Een gevolg daarvan is weer, dat jullie kunnen besluiten om volstrekt anders te gaan handelen. Liefdevoller. Vooral veel liefdevoller naar jullie zelf. Hetgeen, als je naar jullie wereld kijkt, uitermate gewenst zou zijn.’

Beamend knikte ik instemmend. Het viel me op dat hij telkens het woordje “kunnen” gebruikte. Zijn uitleg volgde prompt. ‘Want jullie zullen pas dan, nadat dit allemaal heeft plaatsgevonden, gaan begrijpen, inzien en beseffen dat er gewoonweg telkens een andere keuze te maken is. Niets moet, doch alles is mogelijk als je er werkelijk voor kiest. Een andere keuze moet niet, doch het kan. 
Altijd kunnen jullie volstrekt anders kiezen en dat op elk niveau van jullie momentane bewustzijn. Dat is jullie werkelijke vrije wil. Enkelen onder jullie beseffen dit nu reeds, door hun persoonlijke verder ontwikkelde bewust-worden-in-het-zijn.’ zijn woorden klonken een beetje streng. Belerend eigenlijk. Op een milde toon sprak hij verder. ‘Vanuit mijn eigen Goddelijkheid en liefde, zal ik jullie vrije wil, uitgedrukt in jullie bewuste en onbewuste keuzes, altijd blijven respecteren. Met inbegrip van de eerder genoemde restricties. Daarom leg ik, in deze ontmoetingen met jou, het geheel nog eens op een andere manier uit. Op die manier probeer ik jullie die vele voor jullie, door jullie eigen onlogische logica ontstane onbegrijpelijke samenhangen, welke in jullie wereldbeeld voorkomen en bestaan, te laten inzien. Mogelijk dat jullie die samenhangen nu wel zullen gaan inzien en begrijpen. Want dit alles is jullie mensenkinderen al vaker en op velerlei manieren aangereikt. Via een groot aantal verschillende invalshoeken, zelfs. Denk maar aan de vele boeken, lezingen, gesprekken, uitvindingen, films, documentaires, ontdekkingen enzovoort op dit gebied. Esoterisch en exoterisch. Gnostische kennis. Ook jij bezit meerdere van dit soort boeken, zoals bijvoorbeeld deze hier.’ Andermaal wees hij op de boeken van Walsch. ‘Jij bezit heel veel informatie en aangeleerde kennis, die jou telkens dezelfde boodschap vanuit allerlei mogelijke invalshoeken aangereikt heeft. Jullie mensen - en nu spreek ik weer in algemenere termen - hebben de strekking hiervan helaas niet in alle gevallen gehoord. Of zelfs faliekant verkeerd begrepen en uitgelegd. Waardoor weer vele misverstanden ontstaan zijn. Misverstanden, welke hun eigen leven zijn gaan leiden als waren zij de enige bestaande en bestaanbare waarheid. Velen van jullie hebben, door toedoen van hun eigen starre ego, hun eigen groene fles, die hele Goddelijke boodschap zelfs überhaupt niet gezien.’

Groene fles
“Groene fles” wat was dat nu weer? Zo vroeg ik me af. Zijn uitleg zou ongetwijfeld nog volgen. Aiken sprak op zachte toon verder. ‘Of jullie hebben die meermalen aangereikte Goddelijke boodschap simpelweg afgedaan als volstrekte en volslagen nonsens. Te zweverig voor jullie starre aardse ego en denken. Alsof jullie mensenkinderen hoogstpersoonlijk alle wijsheid in pacht hebben. Hetgeen uiteraard niet zo is. Veelal integendeel zelfs. Velen van jullie beseften zelfs niet eens dat hetgeen tot hen kwam, feitelijk een Goddelijke boodschap was. Ze hebben die hele boodschap vaak niet eens gehoord. Of ze hebben die Goddelijke boodschap volslagen afgewezen, want ze was immers niet aan hen hoogstpersoonlijk geadresseerd. Met als afzender God. En zodoende gold die boodschap dus niet voor hun eigen arrogante dovemansoren.’ Hij wachtte een tel. ‘Via het uiteindelijke boek, of misschien zelfs boeken, welke uit onze gesprekken zullen ontstaan, kunnen en zullen weer andere mensen bereikt en geïnspireerd worden. Mensen die anders verstoken zullen blijven van deze zeer belangrijke informatie en inzichten.’

Aiken keek me gedurende deze laatste korte uitleg liefdevol aan. Hij zweeg nu, als wilde hij mij met zijn woorden omhelzen. Feitelijk deed hij dit ook. Zo voelde dat. Zijn opmerking dat deze gesprekken uiteindelijk een boek gingen vormen, was opzienbarend. Overweldigend. Verbijsterend gewoon! Zowel verheugend als beangstigend tegelijkertijd. Daarmee gaf hij mij inderdaad de gelegenheid om in de toekomst andere, bewustere keuzes te maken in de dingen die ik deed. Dat was het verheugende ervan. Doch het beangstigende was vooral in mijn eigen persoon gelegen. Want wie was ik nu, per slot van rekening? Dat ik “zomaar” een boek zou schrijven? Nota bene over hoogspirituele inzichten. Het gaat niet zozeer om het kunnen, maar om mij als persoon. 
Doch ergens realiseerde ik me terdege dat ik me daar niet druk om hoefde te maken. Als het op mijn pad zou mogen komen, dan was dit uiteraard niet voor niets. En gezien zijn eerdere woorden, kon ik ergens ook nog het waarom begrijpen. Het was altijd al mijn vurige wens geweest om mijn “hogere” of spirituele inzichten met zoveel mogelijk anderen te delen. Om meerdere mensen tegelijkertijd te kunnen bereiken, zodat zij misschien geholpen zouden kunnen worden door een andere manier van kijken. Vooral een andere manier van naar henzelf kijken. Nu reeds zei ik vaak tegen deze mensen dat ik wilde dat zij met mijn ogen naar henzelf konden kijken. Dan zouden zij een volstrekt ander beeld van henzelf zien. En een boek zou een perfect middel kunnen zijn om dat alles uit te leggen, besefte ik. Prompt voerden mijn gedachten mij terug naar het verleden. In feite had ik enkele jaren geleden ook al een boek geschreven. Maar dat boek was uiteindelijk niet gepubliceerd. Het was, ondanks diverse inspanningen en voorzorgsmaatregelen, door een reeks van bizarre oorzaken zelfs bijna volledig verloren gegaan. Nu begreep ik ten volle, dat ik die gebeurtenissen en dan vooral het proces van het schrijven van dat boek kon zien als een uitermate geschikte vingeroefening. Al vaker had ik me de diepere zin daarvan afgevraagd. Zeker toen al hetgeen ik geschreven had verdwenen was. Voor de computer volstrekt onleesbaar geworden. Want op de een of andere manier voelde de teloorgang van dat boek in die tijd voor mij als een verloren tijd. En niet alleen de tijd, maar ook de moeite en inspanning die het schrijven me gekost had. Ook al zag ik wel degelijk in dat het proces van opschrijven mij uiteindelijk geholpen had bij de verwerking van de daarin beschreven gebeurtenissen. Maar goed... Gods wegen zijn volstrekt ondoorgrondelijk. Zover was het me inmiddels wel duidelijk.

Meteen begreep ik nu ook waarom Aiken soms tegen mij in meervoud sprak. Hij sprak herhaaldelijk over “jullie” in plaats van een simpelweg “jij”. Het viel me gewoon op. Nu wist ik waarom, alhoewel ik dit reeds vagelijk vermoedde. Want het gevoel dat ik uiteindelijk nogmaals een boek ging schrijven had ik al langere tijd. “Stom hè, om niet op je eigen gevoel te durven vertrouwen?” dacht ik bij mezelf. En ik beaamde dat ook nog. Inderdaad ja, stom. ‘Dus deze gesprekken, eh... worden een boek? Wie schrijft dat dan?’ vroeg ik eigenlijk tegen volstrekt beter weten in. ‘Jij!’ ‘Ik?’ ‘Ja.’ ‘Hoe?’ ‘Gewoon. Op je laptop, in je woonkamer. Denk je soms dat deze computer zomaar toevallig op je pad is gekomen? Of dat jouw idee en gevoel dat je nogmaals een boek zou gaan schrijven zomaar uit het niets is ontstaan?’ vroeg hij vriendelijk. ‘Lang niet iedereen kan, wil of durft een boek te schrijven,’ merkte hij nog terloops op. Hij had waarschijnlijk gelijk. Daar kon en wilde ik verder niet over oordelen. Voor mijzelf voelde het schrijven van een boek niet aan als een kwestie van durf. Of als een kwestie van kunnen. Maar andere mensen zouden dit mogelijk wel op die manier ervaren, veronderstelde ik.

‘Ik heb veel werk gehad, voordat jij uiteindelijk de beslissing nam om zo’n draagbare computer te kopen. Ik heb er voor gezorgd dat jij “toevallig” tegen een aanbieding aan liep waar jij geen weerstand aan kon bieden. Dat was de zoveelste aanbieding die wij voor je “geregeld” had-den, voordat jij eindelijk overstag ging. Nogmaals: dingen gebeuren nooit zomaar of per toevalligheid. Toeval bestaat niet. Voor niemand. Het valt je toe, zodat jij van elke ontstane situatie iets leert en er iets mee mag gaan doen. In het nu van het heden, of ergens in je toekomst.’ Wederom die onderbreking van zichzelf: ‘Let wel: ik zei mag. Moeten bestaat van ons uit gezien ook niet. Dat heb ik net uitgelegd. Wij vanuit de geestelijke werelden laten je steeds de vrije keuze. Doch het zijn jullie mensenkinderen zelf, die je niet de vrije keuze laten. Maar daar komen we nog uitgebreid over te spreken. 
Of jij je die vrije keuzemogelijkheden nu bewust bent of niet, doet volstrekt niets af aan het feit dat dit toch een keuze is.’ 
Aiken ging even verzitten, voordat hij zijn betoog vervolgde.
‘Welnu. Vele dingen die jou de laatste jaren “overkomen” zijn, hebben met de uiteindelijke creatie van dit boek te maken gehad. Inderdaad, je gedachten van zonet waren correct. Ook dat andere boek dat verloren raakte en derhalve niet uitgegeven kon worden, had rechtstreeks hiermee te maken. Het was niet enkel en alleen een belangrijke vingeroefening, zoals je al bedacht had. Het was bovendien nodig voor je menselijke verwerking van de vele bizarre gebeurtenissen van de afgelopen jaren. Zodoende hebben al deze verwikkelingen ook gezorgd voor jouw persoonlijke groei. Zij hebben jouw honger naar diepere inzichten en antwoorden aangewakkerd, tot deze schier onverzadigbaar werd. Dat was de achterliggende doelstelling van die vele gebeurtenissen. Zodat jij naar zoveel mogelijk antwoorden en inzichten zou gaan zoeken. 

Want zonder die omstandigheden zou je niet op zoek zijn gegaan.’ voegde hij nog welhaast overbodig toe. Dus toch! Mijn diepe gevoel dat die voorvallen mijn persoonlijke ontwikkeling tot doel hadden, bleek dus inderdaad correct te zijn geweest. De omgekeerde wereld! Wat een bizarre conclusie, eigenlijk. Maar Aiken sprak zachtjes verder, zich niets aantrekkend van mijn verbazing. ‘Via een groot aantal verschillende paden heb je gezocht en gevonden, want je bent niet gauw tevreden gesteld. Antwoorden voor het hoe en vooral het waarom van alle bizarre wederwaardigheden. Langs vele, zeer veel verschillende wegen heb je uiteindelijk velerlei inzichten verworven. Vanuit een groot aantal verschillende invalshoeken zelfs. Uiteindelijk ben je gaan inzien. Doch vooral invoelen en intuïtief begrijpen. Het hoe en vooral ook het waarom van een groot aantal verschillende toevalligheden welke ooit in je hele voorgaande leven gebeurd zijn. De onderlinge samenhangen tussen dit alles ben je op een zeer diep niveau gaan inzien. Kortom. Je bewustzijn groeide en groeide. Steeds sneller en verder. Dit alles is door al je samenwerkende geleidegidsen op je pad gebracht. Alhoewel jij toen meer dacht in termen van samenspannen. Vooral tegen jou of jouw persoon gericht! Want zo manifesteerde zich onze bedoelingen in jouw toenmalige beleving. We hebben daar zeer veel verschillende mensen voor op je pad mogen brengen. Om je uiteindelijk dat alles te kunnen laten ervaren. Maar dit zal nog wel veel duidelijker worden, allemaal.’ Heel bizar voelde zijn uitleg nu. Verwarrend. Want uit zijn woorden bleek iets van een vooropgezette doelstelling. En ik kon zeker niet zeggen dat ik, toen dit alles plaatsvond, daar zo heel erg blij mee was. Integendeel.

Aiken sprak liefdevol verder, zich niets van mijn verwarde gevoelens aantrekkend: ‘Daarom mede deze komende gesprekken en dit boek. Want het zijn uiteindelijk vele van je eigen inzichten die in dit boek verwoord zullen gaan worden. Weliswaar uitgesproken door mij, maar niettemin zijn het je eigen inzichten. Het enige’ benadrukte hij, ‘dat ik doe, is jou inspireren om jou die eigen inzichten opnieuw onder woorden te laten brengen. Door deze als het ware te vertalen naar algemene termen, zodat ze voor iedereen inzichtelijk en begrijpbaar zijn. En door jou te inspireren om die inzichten in een bepaalde vorm te gieten, zodat de samenhangen duidelijk worden. Nogmaals. Vertrouw me maar.’ 
Aiken zweeg weer. Hij had heel liefdevol gesproken. De warmte van zijn stem deed mijn vertrouwen in hem nog meer groeien. Ja. Vertrouwen in hem had ik zeker, ondanks het feit dat hij het heel duidelijk vroeg. Het vertrouwen in mijzelf was soms stukken minder. Maar hij had gelijk, besefte ik. 
Hij verwoordde inderdaad vele van mijn eigen inzichten en nam zodoende de laatste restjes van mijn twijfels weg. En eigenlijk was hetgeen hij eerder al zei over dat boek een rechtstreekse bevestiging van een gevoel dat ik al langere tijd had. Alsof ik al lang wist dat dit boek er aan kwam. Inderdaad had ik lang getwijfeld of ik zo’n draagbare computer wel zou kopen. Koorts-achtig overdacht ik de vele toevallige gebeurtenissen uit de afgelopen jaren. Al die verschillende mensen die mijn pad gekruist hadden. Mijn toenmalige vriend, die mij - inmiddels alweer vele jaren geleden - als sparringpartner nodig had voor het cursusboek dat hijzelf schreef. “Veranderingsprocessen”, daar ging het over. Maanden lang kwam hij een of soms zelfs twee keer per week een hele ochtend of middag praten. Een volstrekt andere belevingswereld bouwden wij tezamen op. Spiritualiteit is feitelijk ook een andere belevingswereld, bedacht ik meteen. En het is eveneens een enorm veranderingsproces. Vooral voor jezelf! Mijn gedachten gingen verder: het boek dat ikzelf ooit geschreven doch niet uitgegeven had... Mijn mijmeringen over al die verschillende gebeurtenissen uit mijn verleden werden verstoord door zijn zachte stemgeluid. ‘Ik zal je nu eerst diepgaander gaan vertellen over onze doelen en werkwijze,’ onderbrak Aiken mijn gedachtegangen. Zijn stem zakte enkele tonen, alsof hij mij een geheimpje ging verklappen: ‘Dan begrijp je veel meer over datgene dat ik zonet zei. Dan begrijp je eveneens misschien een beetje meer over al die verschillende uitdagingen waar wij geleidegidsen voor staan. Ik kan het even-goed nu doen. Het zou uiteindelijk toch ter sprake komen.’ Het leek alsof hij heel diep nadacht. Ik spitste mijn oren en luisterde aandachtig.

Gods planning
‘Gods planning’ vervolgde hij op zijn gewone spreektoon, ‘beslaat de persoonlijke groei van iedereen. Die Goddelijke planning heeft een duidelijk doel. Het uiteindelijke doel van ons allen - alle samenwerkende Goddelijke entiteiten, inclusief jullie mensenkinderen - is de volstrekte en volledige bewustwording-in-het-zijn voor elk wezen in het universum. Al die vele verschillende beschavingen, werelden en wezens in Gods briljante schepping. Gods schepping is bijgevolg ook jullie schepping. Want vanuit jullie eigen Goddelijkheid scheppen jullie ook. Voortdurend zelfs. Jullie zijn één deel van de schepping alsmede dat jullie bovendien voortdurend de schepping zelf mee scheppen. Oorzaak en gevolg gaan in de werkelijkheid van het plan van de Goddelijke schepping volstrekt in elkaar over. En deze lopen bovendien door elkaar heen en zijn zelfs veelal onderling volstrekt uitwisselbaar. Hetgeen door jullie mensenkinderen als volstrekt onlogisch wordt gezien. Derhalve kunnen en vooral willen jullie dit veelal ook niet begrijpen, omdat het tegenstrijdig is aan de logica van jullie immense en oppermachtige menselijke ego.’

Aandachtig luisterde ik naar zijn uiteenzetting. Ik durfde nauwelijks adem te halen omdat ik bang was dat ik hem daarmee zou storen. Misschien zelfs dat ik bang was dat ik dan misschien wakker zou worden en dit alles slechts een droom zou blijken te zijn. Een mooie droom weliswaar, maar niettemin slechts een droom. ‘Welnu. Hoe bewuster je momentane zijns-staat is, des te bewuster kunnen jullie een dienstige werkelijkheid voor jullie zelf scheppen. Derhalve is de volstrekte bewust-wording-in-het-zijn Gods uiteindelijke doelstelling. Want met het bereiken van jullie volledige bewust-wording worden jullie uitsluitend Liefde. Onvoorwaardelijk! Dan zijn jullie die Onvoorwaardelijke Liefde. Die Goddelijke en Onvoorwaardelijke Liefde, waar de meeste van jullie mensen-kinderen nu slechts van kunnen dromen. Omdat deze Onvoorwaardelijke Liefde een direct en rechtstreeks gevolg is van een volledig bewustzijn. 
Daarom is het dat de bewustwording van jullie mensenkinderen op deze prachtige blauwe planeet eveneens tot Gods planning behoort. Totdat uiteindelijk de allerhoogste trede van het bewustzijn van elk wezen is bereikt. Vanzelfsprekend voor ieder wezen naar zijn eigen aard.’ Instemmend en begrijpend had ik enkele keren met mijn hoofd geknikt.‘Bewustzijn mag je hierbij volkomen letterlijk interpreteren. Want het bewustzijn van jullie mensen bijvoorbeeld, kent vele honderden verschillende stadia. Als jullie mensen - ik bedoel hier het gemiddelde van alle nu op jullie planeet levende mensen - in de toestand verkeren die jullie “klaar wakker zijn” noemen, zitten jullie nog geeneens op acht-tiende van een procent van dat bewust-zijn. Zoveel bezigheden doen jullie op jullie automatische piloot! Nog geen vol procent!’

Zijn stem veranderde. Hij sprak iets stelliger nu. Alsof hij daarmee wilde aangeven dat we eindelijk eens echt wakker moesten worden.‘Realiseer je dat eens!’ sprak hij zeer nadrukkelijk. ‘Nog geen honderdste deel van een volledig voor jullie bereikbaar bewustzijn. Ten opzichte van de voor jullie mensenkinderen hoogst mogelijke trede van een voor jullie menselijke wezens bereikbare staat van bewustzijn. Probeer je gewoon eens voor te stellen wat dit daadwerkelijk voor jullie allemaal zou kunnen betekenen op het moment dat je dit bewustzijn verhoogd hebt,’ vulde hij aan. Hij had de nadruk op “kunnen” en “hebt” gelegd. Heel expliciet. Aiken wachtte even. Blijkbaar om me inderdaad gelegenheid te geven om te proberen een voorstelling daarvan te maken. Ik probeerde het. Hetgeen hij stelde, verbaasde me eigenlijk hogelijk. Het idee dat wij nog geen vol procent van ons mogelijke bewustzijn benutten, stemde mij op de een of andere manier triest. Het stelde me feitelijk ook teleur. Ik had ons mensen feitelijk veel hoger ingeschat. ‘Je hoeft daarom nog niet te wanhopen,’ sprak hij zachtjes op troostende toon. ‘Veel mensen, ook Nederlanders, zitten ruimschoots daar boven. Meerdere mensen, zelfs hier in Nederland, komen bovendien boven de zeven hele procenten uit. Enkelen zelfs nog veel hoger, tot boven de tien procent. Doch dit zijn momenteel nog meestentijds de uitzonderingen.’ Wat hij met die laatste opmerking bedoelde, was me niet volledig duidelijk. Het antwoord of zijn uitleg zou nog wel volgen, vermoedde ik.

‘Je ziet. Er is voor ons gidsen nog heel veel werk te verrichten voordat alle mensen een zo volledig mogelijke staat van bewustzijn bereikt hebben. Doch we hebben geduld. Veel geduld. En, heel belangrijk: jullie mensen kunnen op deze aarde levend maximaal ongeveer een percentage of veertig van het meest mogelijke bewustzijn bereiken. Mogelijk voor jullie mensenkinderen bedoel ik uiteraard. Feitelijk iets meer zelfs. Dat komt simpelweg omdat jullie op deze aarde in een beperkende fysieke wereld leven. Bovendien met al de fysieke beperkingen van het leven in een fysiek lichaam. In de tussenfase of de sferen, zoals ze ook wel genoemd worden, wordt het een heel ander verhaal. Daar ligt het maximaal mogelijke bewustzijn veel hoger. Omdat daar de beperkingen van een fysieke leefomgeving weggevallen zijn.’ Nou, eigenlijk waren die laatste opmerkingen niet echt een troost. Maar goed. We zouden die beperkingen van de aardse sfeer uiteindelijk toch moeten leren aanvaarden.

‘Begrijp alsjeblieft dat zelfs het bereiken van die voor jullie hoogst mogelijke staat van bewustzijn al enorme gevolgen heeft. Die iets meer dan veertig procent, waar ik zonet over sprak, is voor jullie natuurlijk een volle bak. De maximale score van honderd procent, voor jullie helaas toch wel beperkte bevattingsvermogen. Alles is immers relatief. Dus ook een maximaal bereikbare staat van het bewustzijn en bevattingsvermogen is relatief. Begrijp je?’ Op zachte toon voegde hij nog toe: ‘aan dit bewustzijn, kun je overigens geen enkele autoriteit ontlenen. Het leven is immers geen wedstrijd.’
Ja, dat begreep ik wel. Derhalve knikte ik instemmend. ‘Maar wat ik hiermee bedoel zal echter pas volledig duidelijk worden zodra jullie als voltallige mensheid bewuster worden. Zaak is, er nu voor te zorgen -dat er onder jullie mensenkinderen een kritische massa bereikt wordt. Een grote groep van veel verschillende mensen die veel bewuster worden in hun zijns-staat. Dan zal veel in jullie wereld in een enorme stroomversnelling geraken en veel sneller gaan. Hetgeen natuurlijk bovendien de bedoeling van die inmiddels verhoogde kosmische energieën is. Zij laten een verhoging van jullie bewustzijn toe en stimuleren dit zelfs. Kortom, deze sterk in trilling verhoogde energieën helpen en ondersteunen jullie mensenkinderen in dit moeilijke en moeizame proces van bewust-worden-in-jullie-staat-van-zijn. Zodat jullie op die verhoogde trilling gaan resoneren. Er straalt een enorm helder en krachtig licht aan jullie horizon. In de meest letterlijke zin zelfs! Jullie gemiddelde staat van bewustzijn is in Nederland, maar inmiddels ook elders in de wereld, de laatste paar tientallen jaren flink toegenomen. En het stijgt nog voortdurend. Bij wijze van spreke met de seconde. Enkel en alleen door toedoen van het tegenwoordige tijdperk waar jullie nu al een poosje in vertoeven. Die verhoogde kosmische krachten en energieën, zoals ik daareven bedoelde.’
Inderdaad ja. Je hoefde tegenwoordig geen enkel tijdschrift over spiritualiteit meer op te slaan, of er werd wel ergens gesproken over het nieuwe tijdperk. Het nieuwe kosmische jaar waar ons zonnestelsel momenteel in ging.

Aquarius-tijdperk
‘Je doelt op het Aquarius-tijdperk? Het nieuwe tijdperk dat voor ons complete zonnestelsel enkele tientallen jaren geleden aangevangen is?’ vroeg ik bevestigend. ‘Precies dat bedoel ik. Over enkele jaren zal de kracht van deze verhoogde kosmische energieën ten volle over jullie aardse omgeving heen komen. Het, zoals jullie het zelf noemen, nieuw aangebroken “groot tropenjaar” waar jullie complete zonnestelsel momenteel in terecht komt. Over enkele jaren zullen de mogelijkheden van deze verlichtende era zich in volle omvang doen gelden. Het nieuwe tijdperk van hernieuwde kosmische energieën en krachten zal dan volledig zijn ingetreden. Een nieuw kosmisch jaar van iets minder dan zesentwintig duizend aardse jaren. Te beginnen met het momenteel startende Aquarius-tijdperk, welk ongeveer tweeëntwintig aardse eeuwen zal duren. Dit tijdperk zorgt er, via die verhoogde trilling, mede voor dat jullie mensen steeds ontvankelijker worden. Jullie trilling wordt immers sterk verhoogd. Zodat jullie steeds gevoeliger worden voor jullie zelf. Dat is het belangrijkste. En gevoeliger voor de jullie omringende wereld. En dat is ook goed, zowel voor jullie eigen persoonlijke groei in het bewustzijn als voor de werkelijke wereld om jullie heen. Dus je hoeft beslist niet te wanhopen. Sterker nog: zie de komende era met vreugde en met vertrouwen tegemoet. En doe wat jij mag doen. Ga vooral niet zitten afwachten.’ Zijn laatste zin klonk bijkans als een waarschuwing. 

Nieuwe-tijds-kinderen
Enthousiast sprekend vervolgde hij: ‘Alles raakt uiteindelijk in een soort van stroom-versnelling. Denk bovendien eens aan de vele geboorten van wat jullie nieuwe-tijds-kinderen noemen. Dit zijn zielen met een bij hun fysieke geboorte reeds sterk verhoogde trilling van hun persoonlijke bewustzijn. Daar zijn inmiddels al vele boeken over volgeschreven. Misschien dat we er zijdelings nog eens over praten. Maar beloven kan ik je niets. Welnu. Het uiteindelijke voor jullie mensen zo volledig mogelijk bereikbare bewustzijn, heeft een totale en Goddelijke Onvoorwaardelijke Liefde van en voor alles en iedereen tot gevolg. Zelfs een verhoging tot iets meer dan elf procent zou dit al grotendeels kunnen bewerkstelligen. 
Eveneens zullen jullie, als een rechtstreeks gevolg van dit hoge bewustzijn, echt in de Goddelijke werkelijkheid gaan weten en dientengevolge veel meer gaan begrijpen. Jullie hebben dan namelijk verbinding gemaakt met een groot deel van de kennis en het weten van jullie allereerste Schepper. De Goddelijke kennis, en bijgevolg de Goddelijke waarheid, die daaruit voortvloeien, zal dan al bijna volmaakt tot jullie zijn gekomen. Althans op die manier zullen jullie het ervaren. Jullie zullen, via jullie bewustzijn, dan begrijpen waar jullie enige en echte vrijheid daadwerkelijk in gelegen is. Werkelijk begrijpen! Jullie zullen dan bovendien de adembenemende schoonheid van de schepping in gaan zien. Niet alleen de fysieke werelden, maar ook de nu voor de meesten van jullie onzienbare werelden zullen dan gezien kunnen worden. Een van de allereerste bijkomstige kenmerken van dat hogere bewustzijn is echter, dat jullie oordeel hetwelk jullie over alles en iedereen hebben, al grotendeels zal zijn weggevallen. Omdat jullie dan zullen begrijpen dat het hebben van een oordeel volstrekt niet belangrijk is. Integendeel zelfs, omdat het jullie tegen houdt in jullie ontwikkeling.’

Begrijpend had ik opnieuw enkele keren met mijn hoofd geknikt. Mijn God, bedacht ik. Dan heeft dit alles, zoals hij stelt een enorme impact op ons en onze wereldbeleving. Fenomenaal eigenlijk. Ergens vermoedde ik dit allang, doch weten kon ik het uiteraard niet, hooguit concluderen vanuit mijn logica. Ik had immers de ervaring niet. Niemand eigenlijk. Onvoorwaardelijke Liefde. Aiken sprak echter verder. ‘Het primaire doel van Gods planning, of zo je wilt, het gevolg van jullie hoogste daaruit voortvloeiende staat van bewustzijn, is en blijft echter de Onvoorwaardelijke Liefde. Deze Onvoorwaardelijke Liefde is de lijm van het universum. Het is het cement van de bouwstenen van het heelal. Anders gezegd is Goddelijke en Onvoorwaardelijke Liefde het herkennen en bekennen van de Goddelijkheid van alles en iedereen. Om vervolgens altijd en volkomen naar deze Goddelijke inzichten te gaan handelen. Hetwelk uiteraard betekent: handelen, zonder welk intrinsiek oordeel dan ook. Dat geldt voor iedereen. Want er wordt immers niemand van Gods Onvoorwaardelijke Liefde uitgesloten. Helemaal niemand,’ voegde hij nog toe.Hij wachtte weer even. Naar mijn gevoel om op adem te komen. Doch niets was minder waar.

‘Geen enkel levend wezen is nu van Gods Plan uitgesloten. Geen enkel levend wezen is in het verleden ooit van die Goddelijke Planning uitgesloten geweest. Noch zal in de toekomst geen enkel levend wezen ooit uitgesloten worden. Dus wordt al zeker geen heel volk van Gods Plan uitgesloten. Laat staan dat zelfs meerdere volkeren, zoals een deel van jullie religies ten onrechte beweren, van die Goddelijke Planning uitgesloten worden. Het omgekeerde is echter eveneens waar. Waarmee ik’ sprak hij uitdrukkelijk, ‘wil zeggen dat ook geen enkel volk aanspraak kan maken op een innigere band met die Goddelijkheid. Er bestaat - gezien vanuit die Goddelijkheid - niets zoals een bepaalde voorkeur voor een ras, volk of groep mensen en zelfs niet voor één bepaalde religie. Dat dien je uitermate goed te begrijpen. Doch het onderwerp religies zal in één van de komende gesprekken nog uitgebreid ter sprake komen,’ sprak hij zeer nadrukkelijk. Op een milde toon vervolgde hij: ‘Er wordt immers niemand ooit van Gods magnifieke Plan uitgezonderd.’ Ik begreep dat hij bedoelde dat er, vanuit het gezichtspunt van die Goddelijkheid, geen enkele voorkeur voor wie dan ook bestaat. Geen enkele uitzondering! En zoals hij al aangaf, zou hier nog een compleet gesprek over volgen. Ongetwijfeld zou dat een verhelderend gesprek worden. En confronterend waarschijnlijk. Ik verheugde me al bij voorbaat.
‘Voor nu,’ sprak hij nogal stellig, ‘is het wel eventjes genoeg geweest. Voor een eerste kennismaking, bedoel ik.’
‘Ga je nu al weg?’ vroeg ik enigszins teleurgesteld. ‘Je bent amper een paar uur hier.’ ‘Ja. Voor een eerste kennismaking is dit wel genoeg geweest. Meer dan genoeg! Je hebt echt zeer veel om over na te denken. Ik kom gauw weer, maar dan anders. Je zult het wel merken.’ Aiken zweeg nu en keek mij liefdevol aan, terwijl hij uit zijn stoel omhoogkwam. Hij ging voor mij staan. Waarom weet ik niet, maar ik ging ook rechtop staan. Ik stak een beetje boven hem uit, doch dat deerde niet. Hij omarmde me. Zwijgend. Heel liefdevol omhelsde en knuffelde hij me. Hij sprak geen enkel woord nu. Woorden waren ook overbodig. Een enorme warmte en rust kwam over mij heen. Geen ongemakkelijke warmte, maar het warme en weldadige gevoel als van een voorverwarmde deken. Een warme, intieme, veilige en vredige cocon van intense liefde omsloot mij. Thuis komen. Intense liefde en een volmaakt begrip. Bovenaards welhaast. Mijn gevoel versmolt met dat van hem. Hoe dit kwam, weet ik niet, doch zo voelde het. 

Één met Aiken. De oude wijze man in het lichaam van een jonge jongen. Een jonge knul die gekomen was om mij verder op mijn weg te helpen. Dit besef maakte dat ik me heel dankbaar voelde. Dankbaarheid richting Aiken en al die andere geestelijke gidsen en begeleiders die dit überhaupt mogelijk maakten. Dankbaarheid naar de Goddelijkheid ook! Van dit ene gesprek alleen al, ging zo gigantisch veel uit. Ongelofelijk. Het gaf mij meteen een doel. Hetgeen ik het liefst deed: communiceren! En er zouden nog vele gesprekken volgen, had hij gezegd. Ik was en voelde me thuis en getroost... Veilig bij mijzelf. We spraken beiden nog steeds geen woord. Woorden waren ook niet nodig. Ik wist en vertrouwde er volledig op dat hij mijn gedachten en gevoelens ten volle begreep. Eindelijk begrip! Heerlijk!

Opeens voelde ik de tranen in mijn ogen prikken, waardoor ik me verlegen voelde worden met de situatie. Koortsachtig bedacht ik een opmerking om mijn verlegenheid achter te verbergen. Maar ik vond er geen en liet het daarom maar gebeuren...  De stilte omsloot ons beiden. Minutenlang. Mijn warrige gedachten van zonet losten op in het niets. Minutenlang stonden we daar. Bewegingloos en in volstrekte stilte... 

‘Dank je,’ zei Aiken plotseling zachtjes en maakte zich uit onze omhelzing los. ‘Dank je voor alles dat je mij vanavond gegeven hebt. Vooral je vertrouwen,’ voegde hij nog toe en keek me warm en liefdevol aan. Zijn jongensgezicht met die mooie liefdevolle ogen lichtjes naar mij omhoog gericht. Hij spreidde zijn handen uit ten teken van afscheid.‘Bedankt voor je vertrouwen, je tijd, je aandacht en je water,’ sprak hij. 

En weg was hij. Zomaar verdwenen. Zoals hij gekomen was. Volkomen geluidloos. Opgelost in het volstrekte niets. “Ja, tot weerziens.”, dacht ik er nog achteraan, een beetje verdwaasd om me heen kijkend. “Ik heb desondanks enorm van alles genoten.” Een koude rilling overviel mij, terwijl de gedachte aan die inmiddels bekende en warme jongensachtige stem in mij opkwam die zei: “Ja, ook tot ziens. Ik heb evenzeer genoten!” Ik schoot in de lach. In gedachten vroeg ik of het Aiken was die deze laatste gedachte deed opkomen. Weer die koude rilling en stem. “Wie had je dan gedacht? Sinterklaas?” Toch zeker een bepaalde humor, die Aiken.

Die avond overdenkend nam ik peinzend nog enkele slokken van het water. Nu al keek ik reikhalzend uit naar ons volgende samenzijn. Benieuwd welk onderwerp dit gesprek zou hebben. Ongetwijfeld zou het confronterend worden. Hij had niet gezegd wanneer dat zou zijn, bedacht ik opeens. 
Enkel binnenkort. “In wiens tijdrekening?” vroeg ik me onwillekeurig af. “In de jouwe...”, kwam zomaar bij me op, gelijk met een forse koude rilling die langs mijn hele ruggengraat naar beneden liep. Ik schaterde het uit...